Afrikaans Woord van de dag
stoel
/stoOL/ • noun — 11 mrt, 2026
Luister naar uitspraak
Betekenis: een meubelstuk om op te zitten
Voorbeelden
- Ek het 'n nuwe stoel gekoop.
(Ik heb een nieuwe stoel gekocht.) - Die stoel is baie gemaklik.
(De stoel is erg comfortabel.) - Sy het haar stoel langs die venster gesit.
(Zij heeft haar stoel naast het raam gezet.)
Synoniemen
- bank
- leunstoel
Het woord 'stoel' wordt vaak gebruikt in de context van meubels in woningen, restaurants of kantoren.
Spel van vandaag: Vul de zin aan — Nu Spelen
Recente woorden
| Datum | Woord | Betekenis |
|---|---|---|
| 2026-04-25 | naby | dichtbij; op korte afstand |
| 2026-04-24 | afspraak | een afspraak, ontmoeting of afspraakstermijn (bijv... |
| 2026-04-23 | toemaak | sluiten; iets dichtdoen (bijvoorbeeld een deur, ra... |
| 2026-04-22 | binne | binnen; op of naar de binnenkant; ook: binnen (tij... |
| 2026-04-21 | bakkie | kleine vrachtwagen / pick-up; informeel ook: een k... |
Ontvang deze per e-mail
Log in op je gratis account om dagelijks woorden per e-mail te ontvangen.
Ontvang elke dag een nieuw woord in je inbox!