Afrikaans Woord van de dag
afspraak
/AF-spraak/ • selfstandignaamwoord (noun) — 24 apr, 2026
Luister naar uitspraak
Betekenis: een afspraak, ontmoeting of afspraakstermijn (bijvoorbeeld bij de dokter of voor een vergadering)
Voorbeelden
- Ek het môre 'n afspraak by die tandarts.
(Ik heb morgen een afspraak bij de tandarts.) - Ons het 'n afspraak om twee-uur in die middag.
(We hebben een afspraak om twee uur 's middags.) - Kan ons 'n nuwe afspraak maak vir volgende week?
(Kunnen we een nieuwe afspraak maken voor volgende week?)
Synoniemen
- ontmoeting
- byeenkoms
Word gebruik voor zowel formele als informele afspraken. Gangbare uitdrukkings: 'n afspraak maak (een afspraak maken), by die afspraak wees (op de afspraak aanwezig zijn) en 'afspraak kanselleer' (afspraak afzeggen). Uitspraak legt gewoonlijk klem op die eerste lettergreep (AF-spraak).
Spel van vandaag: Flashcards — Nu Spelen
Recente woorden
| Datum | Woord | Betekenis |
|---|---|---|
| 2026-05-05 | stap | lopen; een korte wandeling of de handeling van een... |
| 2026-05-04 | kos | eten; voedsel |
| 2026-05-03 | rekenaar | computer; toestel wat berekeninge uitvoer en gebru... |
| 2026-05-02 | deur | door, via; geeft doorgang of beweging aan (bijvoor... |
| 2026-05-01 | slaap | slapen; in slaap zijn of rusten |
Ontvang deze per e-mail
Log in op je gratis account om dagelijks woorden per e-mail te ontvangen.
Ontvang elke dag een nieuw woord in je inbox!