Skip to content
Bibliotheek
Speelhal
Cursussen
Woord van de Dag
Vervoeging
Chat
Afdrukbaar
Archive.doc

Afrikaans Woord van de dag

Alle vorige woorden103 woorden


DatumWoordTypeBetekenis
2026-06-10onthouwerkwoordzich iets herinneren; niet vergeten
2026-06-09geldzelfstandig naamwoordBetaalmiddel; munten, biljetten of banktegoeden — algemeen woord voor 'money'.
2026-06-08vriendzelfstandig naamwoordiemand met wie je een hechte band hebt; een kameraad of goede bekende
2026-06-07môrebijwoord / tussenwerpsel„morgen“ (de dag na vandaag); ook gebruikt als begroeting: „goedemorgen“
2026-06-06belangrikbijvoeglijk naamwoordbelangrijk; van groot betekenis of belang
2026-06-05huisnouneen woning of gebouw waarin iemand woont; thuis
2026-06-04dankietussenwerpselbedankt; dank je
2026-06-03slaapwerkwoordslapen; rusten (de handeling van in slaap zijn)
2026-06-02vandagbijwoordvandaag (de huidige dag)
2026-06-01vergeetwerkwoordniet meer herinneren; iets in je geheugen verliezen
2026-05-31wagwerkwoordwachten; even blijven totdat iets gebeurt
2026-05-30belwerkwoordiemand opbellen; telefoneren
2026-05-29skoonadjectiefschoon; niet vuil, netjes
2026-05-28praatwerkwoordspreken/praten; iets zeggen of een gesprek voeren
2026-05-27werkwoordzeggen; iets uitspreken of meedelen
2026-05-26werkzelfstandig naamwoord / werkwoordarbeid; bezigheid of baan waarmee iemand geld verdient; ook: de handeling van werken
2026-05-25eetwerkwoordeten; het consumeren van voedsel
2026-05-24aanvaarwerkwoordaccepteren; iets aannemen of toelaten
2026-05-23leeswerkwoordlezen; een tekst of boek doorlezen om de inhoud te begrijpen
2026-05-22winkelnouneen plaats waar goederen of producten verkocht worden; winkel, zaak

« Terug naar het woord van vandaag