Bulgaars Woord van de dag
Alle vorige woorden — 188 woorden
| Datum | Woord | Type | Betekenis |
|---|---|---|---|
| 2026-06-15 | приятел | zelfstandig naamwoord | iemand met wie je een vriendschappelijke relatie hebt; vriend |
| 2026-06-14 | книга | zelfstandig naamwoord (noun) | Een boek; een gedrukt of digitaal werk met tekst of afbeeldingen. |
| 2026-06-13 | врата | zelfstandig naamwoord | deur |
| 2026-06-12 | вода | noun | water; de vloeistof die we drinken en die essentieel is voor het leven |
| 2026-06-11 | пари | zelfstandig naamwoord (meervoud) | geld; middelen om te betalen (vaak gebruikt in meervoud) |
| 2026-06-10 | здравей | tussenwerpsel | Informele groet; 'hallo' gebruikt bij het begroeten van iemand die je kent. |
| 2026-06-09 | дом | zelfstandig naamwoord | huis; thuis (zowel het gebouw als het gevoel van thuis zijn) |
| 2026-06-08 | билет | zelfstandig naamwoord | kaartje; toegangsbewijs voor vervoer, evenementen of voorstellingen |
| 2026-06-07 | снимка | noun | foto; afbeelding |
| 2026-06-06 | чанта | zelfstandig naamwoord | tas; zak om persoonlijke spullen te dragen (bijv. handtas, boodschappentas) |
| 2026-06-05 | работа | zelfstandig naamwoord | werk; baan of taak — zowel algemene werkzaamheden als een betaalde baan |
| 2026-06-04 | болница | noun | ziekenhuis; plaats waar medische zorg en behandeling worden gegeven |
| 2026-06-03 | ляво | bijwoord | links (richting), aan de linkerkant |
| 2026-06-02 | карта | zelfstandig naamwoord | kaart; kan zowel 'plattegrond' als 'betaalkaart' betekenen |
| 2026-06-01 | сега | bijwoord | nu, op dit moment |
| 2026-05-31 | влак | noun | trein |
| 2026-05-30 | спирка | zelfstandig naamwoord (vrouwelijk) | halte (bus/tram); plaats waar een bus of tram stopt |
| 2026-05-29 | храна | zelfstandig naamwoord | voedsel, eten (algemene term voor wat je eet) |
| 2026-05-28 | извинете | tussenwerpsel (interjectie) | Excuseer mij / pardon; wordt gebruikt om iemands aandacht te trekken of je te verontschuldigen (formeel). |
| 2026-05-27 | улица | zelfstandig naamwoord | straat; weg binnen een stad of dorp |