Duits Woord van de dag
Alle vorige woorden — 48 woorden
| Datum | Woord | Type | Betekenis |
|---|---|---|---|
| 2026-04-17 | vorschlagen | werkwoord | een voorstel doen; een idee of plan aan iemand voorleggen |
| 2026-04-16 | probieren | werkwoord | proberen; proberen of iets werkt of proeven van eten/drinken |
| 2026-04-15 | zeigen | werkwoord | laten zien; iets aan iemand tonen |
| 2026-04-14 | erzählen | verb | vertellen; iets of een gebeurtenis aan iemand beschrijven of overbrengen |
| 2026-04-13 | einladen | werkwoord (scheidbaar) | iemand vragen om ergens naartoe te komen of deel te nemen; uitnodigen |
| 2026-04-12 | helfen | werkwoord | iemand bijstaan of ondersteunen zodat iets makkelijker wordt; (iemand) een handje helpen |
| 2026-04-11 | warten | werkwoord | tijd doorbrengen totdat iets of iemand komt of gebeurt; wachten (op iemand/iets) |
| 2026-04-10 | vergessen | werkwoord | iets niet meer herinneren; iets uit het geheugen verdwenen |
| 2026-04-09 | öffnen | werkwoord | iets openmaken; toegang mogelijk maken; het tegenovergestelde van 'schließen'. |
| 2026-04-08 | brauchen | werkwoord | iets nodig hebben; noodzakelijk zijn voor een doel of situatie |
| 2026-04-07 | interessant | bijvoeglijk naamwoord | iets dat de aandacht of nieuwsgierigheid wekt; boeiend. |
| 2026-04-06 | bereit | adjective | klaar of bereid om iets te doen |
| 2026-04-05 | wichtigen | bijvoeglijk naamwoord | belangrijk |
| 2026-04-04 | arbeiten | verb | werken |
| 2026-04-03 | suchen | verb | zoeken |
| 2026-04-02 | gesund | adjective | gezond |
| 2026-04-01 | freundschaft | noun | een relatie tussen vrienden; een band van wederzijds vertrouwen en steun. |
| 2026-03-31 | entscheiden | verb | beslissen |
| 2026-03-30 | vorbereiten | verb | voorbereiden |
| 2026-03-29 | Schule | noun | Een plaats waar onderwijs plaatsvindt. |
Advertisement