Skip to content
Bibliotheek
Oefenen
Speelhal
Media Center
Afdrukbaar
Cursussen
Niveautest
Vervoeging
Woord van de Dag
Schrijfoefening
Blog.txt
Neem contact op
Archive.doc

Engels Woord van de dag

Alle vorige woorden188 woorden


DatumWoordTypeBetekenis
2026-07-05inviteverbiemand vragen of verzoeken om ergens te komen of aan iets deel te nemen; iemand uitnodigen, formeel of informeel
2026-07-04delayverb, nounAls zelfstandig naamwoord: een periode waardoor iets later gebeurt (vertraging). Als werkwoord: iets later laten beginnen of trager laten verlopen.
2026-07-03expectverbVerwachten; geloven dat iets waarschijnlijk zal gebeuren of dat iemand iets zal doen.
2026-07-02organizeverborde scheppen, plannen of regelen; dingen op een systematische manier rangschikken of een evenement/logistiek regelen
2026-07-01attachverbiets vastmaken aan iets anders; iets (bijvoorbeeld een bestand) als bijlage meesturen
2026-06-30completeverbiets tot het einde brengen; iets afmaken zodat het klaar of voltooid is
2026-06-29decideverbeen keuze maken of een conclusie trekken na overweging; tot een beslissing komen
2026-06-28deliververbbezorgen; iets (zoals een pakket, dienst of boodschap) naar iemand brengen of overhandigen; ook: een presentatie of resultaat geven
2026-06-27approveverbiemand of iets formeel goedkeuren; instemmen zodat het officieel of toegestaan is
2026-06-26requestverb / nounbeleefd of formeel vragen om iets; ook: een officieel verzoek
2026-06-25reserveverbiets voor later vastleggen of reserveren; bijvoorbeeld een tafel, ticket of kamer claimen zodat het beschikbaar blijft
2026-06-24estimateverb, nounEen inschatting of raming van hoeveelheid, kosten, tijd of waarde; (als werkwoord) iets schatten zonder exacte berekening.
2026-06-23planverbAls werkwoord: van tevoren bedenken en organiseren wat je gaat doen; iets inplannen. (Als zelfstandig naamwoord: een plan = een schema of voorstel voor acties.)
2026-06-22checkverbcontroleren, nakijken of iets klopt of in orde is
2026-06-21cancelverbeen afspraak, bestelling, abonnement of evenement afzeggen of ongeldig maken; iets stoppen zodat het niet doorgaat
2026-06-20arrangeverbregelen; iets organiseren of in orde brengen, vaak door afspraken te maken
2026-06-19postponeverbUitstellen; iets (bijv. een afspraak, vergadering of evenement) naar een later tijdstip verplaatsen.
2026-06-18reviewverbkritisch bekijken of beoordelen van iets; iets opnieuw controleren om fouten of verbeteringen te vinden
2026-06-17attendverbDeelnemen aan of aanwezig zijn bij iets, zoals een vergadering, les of evenement.
2026-06-16explainverbiets duidelijk maken of toelichten, bijvoorbeeld hoe iets werkt of waarom iets gebeurt
Advertisement

Advertisement

« Terug naar het woord van vandaag