plan vs. schedule
Woordvergelijking Engels
Luister naar plan
Luister naar schedule
| plan | schedule |
|---|---|
/PLAN/ verb | //ˈskedʒuːl/ (US) or /ˈʃedjuːl/ (UK)/ verb |
| Als werkwoord: van tevoren bedenken en organiseren wat je gaat doen; iets inplannen. (Als zelfstandig naamwoord: een plan = een schema of voorstel voor acties.) | Een tijdschema of rooster dat aangeeft wanneer activiteiten plaatsvinden; nadruk ligt op tijd en volgorde. |
Hoe ze verschillen
Een 'schedule' verwijst specifiek naar tijdsindeling en volgorde van activiteiten, terwijl 'plan' bredere organisatie en doelstelling omvat en niet per se tijdgebaseerd is.
Wanneer gebruik je welk woord
Wanneer gebruik je plan: Gebruik 'plan' wanneer je doelen, middelen en stappen wilt beschrijven, los van exacte tijdstippen.
Wanneer gebruik je schedule: Gebruik 'schedule' wanneer je concrete tijden, data of een rooster moet aangeven of afspraken in de tijd ordent.
Voorbeelden naast elkaar
- I made a plan to finish the project by June.
(Ik maakte een plan om het project voor juni af te ronden.) - I scheduled the meeting for Tuesday at 10 AM.
(Ik heb de vergadering voor dinsdag om 10.00 uur ingepland.)
Register en nuance: Zakelijk en praktisch van aard; 'schedule' is neutraal en veelgebruikt in zowel informeel als formeel taalgebruik wanneer het om tijden gaat.
- Bekijk het volledige Woord van de dag-item voor plan
- Bekijk het Woord van de dag-item voor schedule
- Terug naar het Engels woord van de dag