Filipijns Woord van de dag
Alle vorige woorden — 115 woorden
| Datum | Woord | Type | Betekenis |
|---|---|---|---|
| 2026-05-13 | bahay | noun | huis; gebouw waar je woont; kan ook informeel 'thuis' betekenen |
| 2026-05-12 | trabaho | zelfstandig naamwoord (noun) | Werk; baan; taak — wat iemand doet om geld te verdienen of een verplichting uit te voeren. |
| 2026-05-11 | tulong | zelfstandig naamwoord (noun) | hulp, assistentie; iets of iemand die helpt |
| 2026-05-10 | bili | werkwoord | kopen |
| 2026-05-09 | lakad | werkwoord / zelfstandig naamwoord | lopen; te voet gaan; ook informeel gebruikt als zelfstandig naamwoord voor 'wandeling' of 'iets te doen/afspraak' |
| 2026-05-08 | pwede | modaal (hulpwerkwoord) | kunnen/mogen; wordt gebruikt om toestemming of mogelijkheid uit te drukken |
| 2026-05-07 | sama | werkwoord (stam) | meegaan; meedoen (uitnodiging om met iemand mee te komen of samen iets te doen) |
| 2026-05-06 | salamat | tussenwerpsel (interjectie) | dankjewel / bedankt |
| 2026-05-05 | sarap | bijvoeglijk naamwoord (ook als tussenwerpsel/uitroep) | heerlijk; smakelijk; lekker — gebruikt om aan te geven dat iets goed smaakt of aangenaam is |
| 2026-05-04 | sundo | werkwoord | ophalen; iemand van een plek halen (bijv. van het station, school of huis) |
| 2026-05-03 | kumusta | interjectie / werkwoord | hoe gaat het; een begroeting om te vragen hoe iemand zich voelt of hoe het met iemand of iets gaat |
| 2026-05-02 | tulog | zelfstandig naamwoord / werkwoord | slaap; de toestand of handeling van slapen |
| 2026-05-01 | bukas | bijwoord / bijvoeglijk naamwoord | 1) morgen (tijdsaanduiding); 2) open (niet gesloten) |
| 2026-04-30 | mahal | adjective | 1) duur (van hoge prijs); 2) geliefd, dierbaar (iemand graag zien) |
| 2026-04-29 | tawag | noun / verb | oproep / telefoonoproep; (iemand) bellen |
| 2026-04-28 | kumain | werkwoord | eten (handelen van voedsel innemen; de actie van eten) |
| 2026-04-27 | hintay | werkwoord | wachten (op iemand of iets) |
| 2026-04-26 | pumunta | werkwoord | gaan; ergens naartoe gaan |
| 2026-04-25 | sakit | noun | pijn; ziekte |
| 2026-04-24 | saan | vraagwoord (bijwoord) | waar (vraagwoord om naar een plaats of locatie te vragen) |