Skip to content
Bibliotheek
Speelhal
Cursussen
Woord van de Dag
Vervoeging
Chat
Afdrukbaar
ConlangHub
σπίτι.doc

Grieks Woord van de dag

σπίτι

/SPI-ti/ • zelfstandig naamwoord — 3 mei, 2026


Luister naar uitspraak
Oefenen

Betekenis: huis; thuis (plaats waar iemand woont)

Voorbeelden

  1. Μένω σε ένα μικρό σπίτι.
    (Ik woon in een klein huis.)
  2. Το σπίτι έχει έναν όμορφο κήπο.
    (Het huis heeft een mooie tuin.)
  3. Θα επιστρέψω σπίτι αργότερα.
    (Ik kom later thuis.)

Synoniemen

  • οικία
  • κατοικία
σπίτι gebruik je zowel voor het fysieke huis als voor 'thuis' (de plek waar je woont). Veelvoorkomende uitdrukkingen zijn bijvoorbeeld «το σπίτι μου» (mijn huis) en «στο σπίτι» (thuis). In het Grieks is σπίτι een onzijdig woord (νευτέριο) en in spreektaal wordt het vaak zonder lidwoord gebruikt.

Spel van vandaag: FlashcardsNu Spelen


Recente woorden

DatumWoordBetekenis
2026-05-06περπατάωlopen; wandelen, zich te voet verplaatsen
2026-05-05χρήματαgeld; betaalmiddelen of valuta die gebruikt worden...
2026-05-04λεωφορείοbus; een voertuig voor openbaar vervoer dat vaste ...
2026-05-02διαβάζωlezen; ook gebruikt voor studeren (bestuderen van ...
2026-05-01παιδίkind

Bekijk volledig archief

« 2 mei3 mei, 20264 mei »

Ontvang elke dag een nieuw woord in je inbox!