Grieks Woord van de dag
Alle vorige woorden — 59 woorden
| Datum | Woord | Type | Betekenis |
|---|---|---|---|
| 2026-04-28 | τηλέφωνο | zelfstandig naamwoord | telefoon; toestel om te bellen |
| 2026-04-27 | σήμερα | bijwoord | vandaag |
| 2026-04-26 | παράθυρο | noun | raam; een opening in een muur met glas waardoor licht en lucht binnenkomen |
| 2026-04-25 | αγοράζω | werkwoord | kopen (werkwoord): iets aanschaffen in ruil voor geld |
| 2026-04-24 | πόρτα | noun | een deur; het beweegbare deel van een opening in een muur dat toegang geeft tot een ruimte |
| 2026-04-23 | κουζίνα | zelfstandig naamwoord (vrouwelijk) | keuken; de ruimte waar voedsel wordt bereid of het geheel van kookgerei en apparatuur |
| 2026-04-22 | τρέχω | werkwoord | rennen; zich snel verplaatsen met de benen; ook figuurlijk gebruikt (bv. 'de tijd vliegt' ή 'ik ben druk bezig') |
| 2026-04-21 | γρήγορα | bijwoord | snel; gebruikt om aan te geven dat iets in korte tijd gebeurt |
| 2026-04-20 | μπάνιο | noun | badkamer; ook 'een bad/douche nemen' (actie) |
| 2026-04-19 | βιβλίο | zelfstandig naamwoord (onzijdig) | boek; een geschreven of gedrukt werk, meestal gebonden of als digitaal bestand |
| 2026-04-18 | βοήθεια | noun | hulp, assistentie; ondersteuning die iemand biedt wanneer dat nodig is |
| 2026-04-17 | θέλω | werkwoord | willen; het uitdrukken van een verlangen of wens |
| 2026-04-16 | μαγαζί | zelfstandig naamwoord | winkel; zaak |
| 2026-04-15 | συζητώ | werkwoord | discussiëren; over iets praten om meningen of ideeën uit te wisselen |
| 2026-04-14 | περιμένω | werkwoord | wachten (op iemand of iets) |
| 2026-04-13 | φαγητό | zelfstandig naamwoord | eten; maaltijd |
| 2026-04-12 | δουλειά | zelfstandig naamwoord | werk; baan; klus |
| 2026-04-11 | πρέπει | werkwoord (modaal) | moet; het is nodig/vereist |
| 2026-04-10 | συγγνώμη | tussenwerpsel / zelfstandig naamwoord | excuseer / het spijt me; een korte verontschuldiging of beleefde uiting om iemands aandacht te vragen |
| 2026-04-09 | ευχαριστώ | werkwoord (1e persoon enkelvoud) / uitroep | dankjewel; ik bedank iemand — uitdrukking om dank uit te drukken (1e persoon enkelvoud van het werkwoord) |
Advertisement