Grieks Woord van de dag
Alle vorige woorden — 180 woorden
| Datum | Woord | Type | Betekenis |
|---|---|---|---|
| 2026-08-27 | συνήθεια | zelfstandig naamwoord | iets wat je vaak doet; een gewoonte |
| 2026-08-26 | δουλειά | noun | werk; de activiteit of baan die je doet om geld te verdienen of iets gedaan te krijgen |
| 2026-08-25 | γιατρός | zelfstandig naamwoord | een arts; iemand die mensen onderzoekt en behandelt als ze ziek zijn |
| 2026-08-24 | βιασύνη | zelfstandig naamwoord | haast, gejaagdheid; de neiging om iets te snel en zonder genoeg aandacht te doen |
| 2026-08-23 | ελπίδα | zelfstandig naamwoord | hoop; het gevoel dat je verwacht dat iets goed zal uitpakken |
| 2026-08-22 | συνάντηση | zelfstandig naamwoord | afspraak of ontmoeting met iemand, een geplande samenkomst |
| 2026-08-21 | αγοράζω | werkwoord | kopen; iets betalen en in bezit nemen |
| 2026-08-20 | πάντα | bijwoord | altijd; op elk moment of in elke situatie |
| 2026-08-19 | καιρός | zelfstandig naamwoord | het weer; ook: de toestand van het weer |
| 2026-08-18 | νερό | zelfstandig naamwoord | water; de vloeistof die we drinken en die nodig is om te leven |
| 2026-08-17 | σήμερα | bijwoord | vandaag; op de huidige dag |
| 2026-08-16 | παράθυρο | zelfstandig naamwoord | raam; een opening in een muur of voertuig waardoor licht binnenkomt en waardoor je naar buiten kunt kijken. |
| 2026-08-15 | χαίρομαι | werkwoord | Ik ben blij, ik verheug me, of ik vind iets leuk. |
| 2026-08-14 | μπορώ | werkwoord | ik kan; ik ben in staat om iets te doen |
| 2026-08-13 | γρήγορος | bijvoeglijk naamwoord | snel; dat iets in korte tijd gebeurt of veel snelheid heeft |
| 2026-08-12 | πάω | werkwoord | gaan; zich verplaatsen van de ene plaats naar de andere |
| 2026-08-11 | δρόμος | zelfstandig naamwoord | een weg of straat; ook gebruikt in de betekenis van route of pad. |
| 2026-08-10 | κουζίνα | zelfstandig naamwoord | de ruimte in een huis of gebouw waar je eten bereidt; de keuken |
| 2026-08-09 | χαρτί | noun | Papier; een vel papier of papier als materiaal. |
| 2026-08-08 | σπίτι | zelfstandig naamwoord | huis; een gebouw waar iemand woont |