Japans Woord van de dag
Alle vorige woorden — 66 woorden
| Datum | Woord | Type | Betekenis |
|---|---|---|---|
| 2026-05-04 | 開ける(あける) | werkwoord (overgankelijk) | openen; iets openen (bijv. een deur, raam, doos) |
| 2026-05-03 | 借りる | werkwoord (一段動詞) | lenen; iets tijdelijk van iemand krijgen (niet geven) |
| 2026-05-02 | 手伝う | werkwoord | helpen; iemand assisteren bij een taak of klus |
| 2026-05-01 | 払う | werkwoord (godan) | betalen; (geld) voldoen voor iets |
| 2026-04-30 | 楽しい | bijvoeglijk naamwoord (い-adjectief) | leuk; plezierig, aangenaam (gevoel bij iets dat plezier geeft) |
| 2026-04-29 | 危ない | bijvoeglijk naamwoord (i-adjectief) | gevaarlijk; riskant; onveilig |
| 2026-04-28 | 貸す | werkwoord | iemand iets laten gebruiken; uitlenen |
| 2026-04-27 | 暑い | bijvoeglijk naamwoord (い形容詞) | heet, warm (meestal over het weer of de lucht) |
| 2026-04-26 | 写真 | zelfstandig naamwoord | foto; afbeelding: een stilstaand beeld gemaakt met een camera |
| 2026-04-25 | 便利 | bijvoeglijk naamwoord (na-adjectief) | handig; praktisch; nuttig in het dagelijks leven |
| 2026-04-24 | 忘れる | werkwoord | iets of iemand niet meer herinneren; vergeten |
| 2026-04-23 | 電話 | zelfstandig naamwoord | telefoon; telefoongesprek (het apparaat of het bellen zelf) |
| 2026-04-22 | 帰る | werkwoord (godan/u-verb) | terugkeren; naar huis gaan |
| 2026-04-21 | 聞く | werkwoord | luisteren naar of iemand iets vragen; zowel 'horen/luisteren' als 'vragen' afhankelijk van de context |
| 2026-04-20 | 着く | werkwoord (godan) | aankomen; arriveren (op een plaats) |
| 2026-04-19 | 飲む | werkwoord | drinken; iets (vloeibaar) innemen, ook gebruikt voor medicijnen of alcohol |
| 2026-04-18 | 疲れる | werkwoord (intransitief) | moe worden; vermoeid raken |
| 2026-04-17 | 始める | werkwoord (transitief) | beginnen; iets starten (iemand laat iets beginnen) |
| 2026-04-16 | 遅れる | werkwoord (intransitief) | te laat zijn; achterlopen (vertraagd zijn) |
| 2026-04-15 | 分かる | werkwoord (intransitief) | begrijpen; snappen; (iets) duidelijk zijn |
Advertisement