Skip to content
Bibliotheek
Oefenen
Speelhal
Media Center
Afdrukbaar
Cursussen
Niveautest
Vervoeging
Woord van de Dag
Schrijfoefening
Blog.txt
Neem contact op
tempus.doc

Latijn Woord van de dag

tempus

TEM-pus • zelfstandig naamwoord (neutrum) — 25 mei, 2026


Luister naar uitspraak

Betekenis: tijd; ook: periode, gelegheid (en in grammatica: tijd/tense)

Advertisement

Voorbeelden

  1. Tempus fugit.
    (De tijd vliegt.)
  2. Non est tempus ludendi.
    (Het is geen tijd om te spelen.)
  3. Legendo multum temporis consumpsi.
    (Ik heb veel tijd besteed aan lezen.)

Synoniemen

Klik op een synoniem om te zien hoe het zich verhoudt tot tempus.

Tempus wordt gebruikt voor algemene 'tijd' of 'periode'. Voor kloktijd zeg je eerder hora (uur) en aevum verwijst meer naar een langere periode of leeftijd/era. Tempus verschijnt ook in uitdrukkingen als "tempus fugit" en in grammatica als term voor 'tijd' of 'tense' (tempus Latinum).

Deze vermelding is gegenereerd door een AI-taalmodel. Iets fout gezien? Meld het en we kijken ernaar. Lees hoe wij AI gebruiken of



Recente woorden

DatumWoordBetekenis
2026-09-04friguskoude; de toestand of kwaliteit van lage temperatu...
2026-09-02morsdood; het einde van het leven
2026-09-01fortunageluk; toeval; fortuin
2026-08-30aperturaopening; opening, entrance of een opening in iets
2026-08-29malusslecht, slecht van kwaliteit, of verkeerd

Bekijk volledig archief

« 24 mei25 mei, 202626 mei »

Ontvang elke dag een nieuw woord in je inbox!