Latijn Woord van de dag
tempus
TEM-pus • zelfstandig naamwoord (neutrum) — 25 mei, 2026
Luister naar uitspraak
Betekenis: tijd; ook: periode, gelegheid (en in grammatica: tijd/tense)
Voorbeelden
- Tempus fugit.
(De tijd vliegt.) - Non est tempus ludendi.
(Het is geen tijd om te spelen.) - Legendo multum temporis consumpsi.
(Ik heb veel tijd besteed aan lezen.)
Synoniemen
Klik op een synoniem om te zien hoe het zich verhoudt tot tempus.
Tempus wordt gebruikt voor algemene 'tijd' of 'periode'. Voor kloktijd zeg je eerder hora (uur) en aevum verwijst meer naar een langere periode of leeftijd/era. Tempus verschijnt ook in uitdrukkingen als "tempus fugit" en in grammatica als term voor 'tijd' of 'tense' (tempus Latinum).
Deze vermelding is gegenereerd door een AI-taalmodel. Iets fout gezien? Meld het en we kijken ernaar. Lees hoe wij AI gebruiken of
Recente woorden
| Datum | Woord | Betekenis |
|---|---|---|
| 2026-09-04 | frigus | koude; de toestand of kwaliteit van lage temperatu... |
| 2026-09-02 | mors | dood; het einde van het leven |
| 2026-09-01 | fortuna | geluk; toeval; fortuin |
| 2026-08-30 | apertura | opening; opening, entrance of een opening in iets |
| 2026-08-29 | malus | slecht, slecht van kwaliteit, of verkeerd |
Ontvang deze per e-mail
Log in op je gratis account om dagelijks woorden per e-mail te ontvangen.
Ontvang elke dag een nieuw woord in je inbox!