Skip to content
Bibliotheek
Oefenen
Speelhal
Media Center
Afdrukbaar
Cursussen
Niveautest
Chat
Vervoeging
Woord van de Dag
Schrijfoefening
Blog.txt
Neem contact op
tid.doc

Noors Woord van de dag

tid

/TID/ • zelfstandig naamwoord — 13 jul, 2026


Luister naar uitspraak
Oefenen

Betekenis: de beschikbare of gemeten hoeveelheid tijd; een moment of periode

Voorbeelden

  1. Har du tid i morgen?
    (Heb je morgen tijd?)
  2. Det tok mye tid å skrive rapporten.
    (Het kostte veel tijd om het rapport te schrijven.)
  3. Vi har god tid før toget går.
    (We hebben genoeg tijd voordat de trein vertrekt.)

Synoniemen

  • stund
  • periode
Wordt gebruikt om zowel een moment (tijdstip) als een duur aan te duiden. Veelvoorkomende uitdrukkingen zijn bijvoorbeeld «ha tid» (tijd hebben) en «god tid» (ruime tijd).


Recente woorden

DatumWoordBetekenis
2026-07-12viktigbelangrijk; van groot belang
2026-07-11ferievakantie; periode waarin je fri hebt van arbeid el...
2026-07-10butikkwinkel; een plek waar je goederen of dagelijkse be...
2026-07-09huskezich herinneren; iets onthouden; eraan denken iets...
2026-07-08hjemthuis; de plaats waar je woont of naartoe gaat

Bekijk volledig archief

« 12 jul13 jul, 2026

Ontvang elke dag een nieuw woord in je inbox!