Thais Woord van de dag
Alle vorige woorden — 66 woorden
| Datum | Woord | Type | Betekenis |
|---|---|---|---|
| 2026-05-04 | ถาม | werkwoord | iemand iets vragen; een vraag stellen |
| 2026-05-03 | เร็ว | bijvoeglijk naamwoord / bijwoord | snel; vlug |
| 2026-05-02 | ชอบ | werkwoord | iets leuk vinden; graag hebben; voorkeur hebben voor (minder sterk dan 'รัก') |
| 2026-05-01 | พรุ่งนี้ | bijwoord (tijd) / zelfstandig naamwoord | morgen (de volgende dag) |
| 2026-04-30 | เวลา | zelfstandig naamwoord | tijd; moment; duur |
| 2026-04-29 | ตั๋ว | zelfstandig naamwoord | ticket; toegangsbewijs voor vervoer of evenementen |
| 2026-04-28 | ตลาด | zelfstandig naamwoord | markt; plaats waar goederen worden verkocht, vaak openlucht of overdekte handelsplek |
| 2026-04-27 | ราคา | zelfstandig naamwoord | prijs; de hoeveelheid geld die voor een product of dienst gevraagd wordt |
| 2026-04-26 | เงิน | zelfstandig naamwoord | geld; financiële middelen |
| 2026-04-25 | ข้าว | zelfstandig naamwoord | gekookte rijst; ook gebruikt voor 'maaltijd' in het algemeen |
| 2026-04-24 | อร่อย | bijvoeglijk naamwoord | smakelijk, lekker — gebruikt om te zeggen dat eten of drinken goed smaakt |
| 2026-04-23 | มือถือ | zelfstandig naamwoord | mobiele telefoon; gsm |
| 2026-04-22 | โรงพยาบาล | zelfstandig naamwoord | ziekenhuis; instelling voor medische zorg en behandeling |
| 2026-04-21 | นอน | werkwoord | slapen; liggen om te rusten |
| 2026-04-20 | สบาย | bijvoeglijk naamwoord / bijwoord | comfortabel; prettig voelen, lichamelijk of mentaal ontspanning ervaren |
| 2026-04-19 | ไป | werkwoord | gaan; zich verplaatsen van de ene plaats naar de andere |
| 2026-04-18 | เรียน | werkwoord | leren, studeren; deelnemen aan studie of lessen om kennis of vaardigheden te verwerven |
| 2026-04-17 | ดู | werkwoord | zien, kijken, bekijken |
| 2026-04-16 | ขอโทษ | werkwoord (tussenwerpsel) | sorry; iemand zijn excuses aanbieden; om verontschuldiging vragen |
| 2026-04-15 | บ้าน | zelfstandig naamwoord | huis; thuis |
Advertisement