Deens Woord van de dag
Alle vorige woorden — 50 woorden
| Datum | Woord | Type | Betekenis |
|---|---|---|---|
| 2026-04-19 | sove | werkwoord | slapen (in slaap zijn; rusten) |
| 2026-04-18 | vente | verb | wachten |
| 2026-04-17 | telefon | noun | telefoon (apparaat om te bellen or contact te maken) |
| 2026-04-16 | hus | zelfstandig naamwoord | huis (een gebouw waarin mensen wonen) |
| 2026-04-15 | vindue | zelfstandig naamwoord | raam; een opening in een muur met glas waardoor je naar buiten kunt kijken of lucht naar binnen kan komen |
| 2026-04-14 | hjem | zelfstandig naamwoord | thuis; de plaats waar je woont of naar terugkeert |
| 2026-04-13 | hjælp | zelfstandig naamwoord | hulp; assistentie of ondersteuning die je krijgt of vraagt |
| 2026-04-12 | forstå | verb | begrijpen; iets kunnen volgen of doorzien |
| 2026-04-11 | undskyld | tussenwerpsel | sorry / excuseer; wordt gebruikt om je te verontschuldigen of iemands aandacht te trekken |
| 2026-04-10 | tak | interjektion | bedankt; een korte, alledaagse manier om dankbaarheid uit te drukken |
| 2026-04-09 | penge | zelfstandig naamwoord (meervoud) | geld; middelen die gebruikt worden om te betalen |
| 2026-04-08 | nøgle | substantiv (zelfstandig naamwoord) | sleutel; metalen voorwerp om een slot te openen |
| 2026-04-07 | skole | noun | een plaats waar leerlingen onderwijs krijgen. |
| 2026-04-06 | arbejde | noun | de activiteit waarbij iemand met doel en inspanning iets produceert of een taak uitvoert |
| 2026-04-05 | vinden | noun | de lucht die beweegt, vaak als een bries |
| 2026-04-04 | mad | noun | voedsel of eten |
| 2026-04-03 | kæde | noun | een ketting |
| 2026-04-02 | tal | noun | een cijfers, een nummer of een getal |
| 2026-04-01 | vand | noun | een vloeistof die essentieel is voor leven, vaak gebruikt voor drinken en koken. |
| 2026-03-31 | stol | noun | een meubelstuk met een zitting en een rugleuning om op te zitten |
Advertisement