Italian Woord van de dag
Alle vorige woorden — 52 woorden
| Datum | Woord | Type | Betekenis |
|---|---|---|---|
| 2026-04-22 | comprare | werkwoord | kopen; iets aanschaffen in ruil voor geld |
| 2026-04-21 | aprire | werkwoord | openen; iets toegankelijk maken (bv. een deur, raam, bestand of een zaak) |
| 2026-04-20 | pagare | werkwoord | betalen (geld geven of overmaken voor een product of dienst) |
| 2026-04-19 | andare | werkwoord | gaan; zich verplaatsen naar een andere plaats |
| 2026-04-18 | trovare | werkwoord | vinden; iets of iemand ontdekken of tegenkomen |
| 2026-04-17 | aiutare | werkwoord | helpen; iemand bijstaan of ondersteuning geven |
| 2026-04-16 | vicino | bijvoeglijk naamwoord / zelfstandig naamwoord | dichtbij; als zelfstandig naamwoord ook 'buurman' of 'buurvrouw' |
| 2026-04-15 | uscire | werkwoord | naar buiten gaan; weggaan; uitgaan (ook in sociale zin: op stap gaan) |
| 2026-04-14 | chiedere | werkwoord | vragen; om informatie of iets verzoeken |
| 2026-04-13 | lavorare | verb | werken; een activiteit uitvoeren om te verdienen of aan iets te werken |
| 2026-04-12 | aspettare | werkwoord | wachten (op); afwachten |
| 2026-04-11 | prenotare | werkwoord | reserveren; van tevoren boeken (bijv. tafel, kaartjes, afspraak) |
| 2026-04-09 | domani | bijwoord | Morgen (de dag na vandaag); ook figuurlijk gebruikt voor de nabije toekomst. |
| 2026-04-08 | scusa | interjection / noun | informele verontschuldiging of excuus; tussenwerpsel om iemands aandacht te trekken of zich te verontschuldigen |
| 2026-04-07 | amico | noun | vriend |
| 2026-04-06 | parlare | werkwoord | spreken |
| 2026-04-05 | comprendere | werkwoord | begrijpen |
| 2026-04-04 | ascoltare | werkwoord | luisteren |
| 2026-04-03 | manifestare | werkwoord | de uitdrukking of het tonen van gevoelens of meningen, vaak in het openbaar. |
| 2026-04-02 | sorridere | werkwoord | glimlachen |
Advertisement