Skip to content
Biblioteka
Ćwiczenia
Gry
Media Center
Do druku
Kursy
Test poziomu
Koniugacja
Słowo Dnia
Ćwiczenia pisania
Napisz do nas
Koniugacja.xlsx

Odmiana czasownika afspraak maken (Niderlandzki)

afspraak makenumówić spotkanie / ustalić terminnieregularny

Tegenwoordige Tijdczas teraźniejszy

Czynności dziejące się teraz lub nawykowo.

Tegenwoordige Tijd — afspraak maken
OsobaKoniugacja
ikmaak een afspraak
jij/jemaakt een afspraak
hij/zij/hetmaakt een afspraak
wij/wemaken een afspraak
julliemaken een afspraak
zij/zemaken een afspraak

Verleden Tijdczas przeszły

Czynności zakończone w przeszłości.

Verleden Tijd — afspraak maken
OsobaKoniugacja
ikmaakte een afspraak
jij/jemaakte een afspraak
hij/zij/hetmaakte een afspraak
wij/wemaakten een afspraak
julliemaakten een afspraak
zij/zemaakten een afspraak

Voltooid Tegenwoordige Tijdczas przeszły dokonany

Czynności przeszłe mające związek z teraźniejszością.

Voltooid Tegenwoordige Tijd — afspraak maken
OsobaKoniugacja
ikheb een afspraak gemaakt
jij/jehebt een afspraak gemaakt
hij/zij/hetheeft een afspraak gemaakt
wij/wehebben een afspraak gemaakt
julliehebben een afspraak gemaakt
zij/zehebben een afspraak gemaakt

Toekomende Tijdczas przyszły

Czynności, które się wydarzą.

Toekomende Tijd — afspraak maken
OsobaKoniugacja
ikzal een afspraak maken
jij/jezult een afspraak maken
hij/zij/hetzal een afspraak maken
wij/wezullen een afspraak maken
julliezullen een afspraak maken
zij/zezullen een afspraak maken

afspraak maken — najczęstsze pytania

Czy afspraak maken to czasownik regularny?
Nie — afspraak maken to czasownik nieregularny (Niderlandzki), więc część form nie przyjmuje standardowych końcówek.
Co znaczy afspraak maken?
afspraak maken to czasownik (Niderlandzki) oznaczający „umówić spotkanie / ustalić termin”.