Skip to content
Bibliotheek
Oefenen
Speelhal
Media Center
Afdrukbaar
Cursussen
Niveautest
Vervoeging
Woord van de Dag
Schrijfoefening
Blog.txt
Neem contact op
Vervoeging.xlsx

Vervoeging van abfahren (Duits)

abfahrenvertrekken, wegrijden, weggaanonregelmatig

Präsenstegenwoordige tijd

Handelingen die nu of gewoonlijk plaatsvinden.

Präsens van abfahren
PersoonVervoeging
ichfahre ab
dufährst ab
er/sie/esfährt ab
wirfahren ab
ihrfahrt ab
sie/Siefahren ab

Präteritumverleden tijd

Afgeronde handelingen in het verleden.

Präteritum van abfahren
PersoonVervoeging
ichfuhr ab
dufuhrst ab
er/sie/esfuhr ab
wirfuhren ab
ihrfuhrt ab
sie/Siefuhren ab

Perfektvoltooid tegenwoordige tijd

Handelingen uit het verleden met gevolg voor het heden.

Perfekt van abfahren
PersoonVervoeging
ichbin abgefahren
dubist abgefahren
er/sie/esist abgefahren
wirsind abgefahren
ihrseid abgefahren
sie/Siesind abgefahren
Advertisement

Futur Itoekomende tijd

Handelingen die zullen plaatsvinden.

Futur I van abfahren
PersoonVervoeging
ichwerde abfahren
duwirst abfahren
er/sie/eswird abfahren
wirwerden abfahren
ihrwerdet abfahren
sie/Siewerden abfahren

Konjunktiv IIconjunctief II

Hypothetische situaties en beleefde verzoeken.

Konjunktiv II van abfahren
PersoonVervoeging
ichführe ab
duführest ab
er/sie/esführe ab
wirführen ab
ihrführet ab
sie/Sieführen ab

Imperativgebiedende wijs

Bevelen en verzoeken.

Imperativ van abfahren
PersoonVervoeging
dufahr ab!
wirfahren wir ab!
ihrfahrt ab!

abfahren — veelgestelde vragen

Is abfahren een regelmatig werkwoord?
Nee — abfahren is een onregelmatig werkwoord (Duits); sommige vormen volgen de standaarduitgangen niet.
Wat betekent abfahren?
abfahren is een werkwoord (Duits) dat "vertrekken, wegrijden, weggaan" betekent.