Skip to content
Bibliotheek
Oefenen
Speelhal
Media Center
Afdrukbaar
Cursussen
Niveautest
Vervoeging
Woord van de Dag
Schrijfoefening
Blog.txt
Neem contact op
Vervoeging.xlsx

Vervoeging van besprechen (Duits)

besprechenbesprekenonregelmatig

Präsenstegenwoordige tijd

Handelingen die nu of gewoonlijk plaatsvinden.

Präsens van besprechen
PersoonVervoeging
ichbespreche
dubesprichst
er/sie/esbespricht
wirbesprechen
ihrbesprecht
sie/Siebesprechen

Präteritumverleden tijd

Afgeronde handelingen in het verleden.

Präteritum van besprechen
PersoonVervoeging
ichbesprach
dubesprachst
er/sie/esbesprach
wirbesprachen
ihrbespracht
sie/Siebesprachen

Perfektvoltooid tegenwoordige tijd

Handelingen uit het verleden met gevolg voor het heden.

Perfekt van besprechen
PersoonVervoeging
ichhabe besprochen
duhast besprochen
er/sie/eshat besprochen
wirhaben besprochen
ihrhabt besprochen
sie/Siehaben besprochen

Futur Itoekomende tijd

Handelingen die zullen plaatsvinden.

Futur I van besprechen
PersoonVervoeging
ichwerde besprechen
duwirst besprechen
er/sie/eswird besprechen
wirwerden besprechen
ihrwerdet besprechen
sie/Siewerden besprechen

Konjunktiv IIconjunctief II

Hypothetische situaties en beleefde verzoeken.

Konjunktiv II van besprechen
PersoonVervoeging
ichbespräche
dubesprächest
er/sie/esbespräche
wirbesprächen
ihrbesprächet
sie/Siebesprächen

Imperativgebiedende wijs

Bevelen en verzoeken.

Imperativ van besprechen
PersoonVervoeging
dubesprich
wirbesprechen wir
ihrbesprecht
sie/SieBesprechen Sie

besprechen — veelgestelde vragen

Is besprechen een regelmatig werkwoord?
Nee — besprechen is een onregelmatig werkwoord (Duits); sommige vormen volgen de standaarduitgangen niet.
Wat betekent besprechen?
besprechen is een werkwoord (Duits) dat "bespreken" betekent.