Skip to content
Bibliotheek
Oefenen
Speelhal
Media Center
Afdrukbaar
Cursussen
Niveautest
Vervoeging
Woord van de Dag
Schrijfoefening
Blog.txt
Neem contact op
Vervoeging.xlsx

Vervoeging van erleben (Duits)

erlebenervaren, meemakenregelmatig

Präsenstegenwoordige tijd

Handelingen die nu of gewoonlijk plaatsvinden.

Präsens van erleben
PersoonVervoeging
icherlebe
duerlebst
er/sie/eserlebt
wirerleben
ihrerlebt
sie/Sieerleben

Präteritumverleden tijd

Afgeronde handelingen in het verleden.

Präteritum van erleben
PersoonVervoeging
icherlebte
duerlebtest
er/sie/eserlebte
wirerlebten
ihrerlebtet
sie/Sieerlebten

Perfektvoltooid tegenwoordige tijd

Handelingen uit het verleden met gevolg voor het heden.

Perfekt van erleben
PersoonVervoeging
ichhabe erlebt
duhast erlebt
er/sie/eshat erlebt
wirhaben erlebt
ihrhabt erlebt
sie/Siehaben erlebt

Futur Itoekomende tijd

Handelingen die zullen plaatsvinden.

Futur I van erleben
PersoonVervoeging
ichwerde erleben
duwirst erleben
er/sie/eswird erleben
wirwerden erleben
ihrwerdet erleben
sie/Siewerden erleben

Konjunktiv IIconjunctief II

Hypothetische situaties en beleefde verzoeken.

Konjunktiv II van erleben
PersoonVervoeging
icherlebte
duerlebtest
er/sie/eserlebte
wirerlebten
ihrerlebtet
sie/Sieerlebten

Imperativgebiedende wijs

Bevelen en verzoeken.

Imperativ van erleben
PersoonVervoeging
duerlebe
wirerleben wir
ihrerlebt

erleben — veelgestelde vragen

Is erleben een regelmatig werkwoord?
Ja — erleben is een regelmatig werkwoord (Duits) en volgt de standaarduitgangen van zijn groep.
Wat betekent erleben?
erleben is een werkwoord (Duits) dat "ervaren, meemaken" betekent.