Skip to content
Bibliotheek
Oefenen
Speelhal
Media Center
Afdrukbaar
Cursussen
Niveautest
Vervoeging
Woord van de Dag
Schrijfoefening
Blog.txt
Neem contact op
Vervoeging.xlsx

Vervoeging van kommen (Duits)

kommenkomenonregelmatig

Präsenstegenwoordige tijd

Handelingen die nu of gewoonlijk plaatsvinden.

Präsens van kommen
PersoonVervoeging
ichkomme
dukommst
er/sie/eskommt
wirkommen
ihrkommt
sie/Siekommen

Präteritumverleden tijd

Afgeronde handelingen in het verleden.

Präteritum van kommen
PersoonVervoeging
ichkam
dukamst
er/sie/eskam
wirkamen
ihrkamt
sie/Siekamen

Perfektvoltooid tegenwoordige tijd

Handelingen uit het verleden met gevolg voor het heden.

Perfekt van kommen
PersoonVervoeging
ichbin gekommen
dubist gekommen
er/sie/esist gekommen
wirsind gekommen
ihrseid gekommen
sie/Siesind gekommen

Futur Itoekomende tijd

Handelingen die zullen plaatsvinden.

Futur I van kommen
PersoonVervoeging
ichwerde kommen
duwirst kommen
er/sie/eswird kommen
wirwerden kommen
ihrwerdet kommen
sie/Siewerden kommen

Konjunktiv IIconjunctief II

Hypothetische situaties en beleefde verzoeken.

Konjunktiv II van kommen
PersoonVervoeging
ichkäme
dukämest
er/sie/eskäme
wirkämen
ihrkämet
sie/Siekämen

Imperativgebiedende wijs

Bevelen en verzoeken.

Imperativ van kommen
PersoonVervoeging
dukomm
wirkommen wir
ihrkommt
sie/Siekommen Sie

kommen — veelgestelde vragen

Is kommen een regelmatig werkwoord?
Nee — kommen is een onregelmatig werkwoord (Duits); sommige vormen volgen de standaarduitgangen niet.
Wat betekent kommen?
kommen is een werkwoord (Duits) dat "komen" betekent.