Skip to content
Bibliotheek
Oefenen
Speelhal
Media Center
Afdrukbaar
Cursussen
Niveautest
Vervoeging
Woord van de Dag
Schrijfoefening
Blog.txt
Neem contact op
Vervoeging.xlsx

Vervoeging van leben (Duits)

lebenlevenregelmatig

Präsenstegenwoordige tijd

Handelingen die nu of gewoonlijk plaatsvinden.

Präsens van leben
PersoonVervoeging
ichlebe
dulebst
er/sie/eslebt
wirleben
ihrlebt
sie/Sieleben

Präteritumverleden tijd

Afgeronde handelingen in het verleden.

Präteritum van leben
PersoonVervoeging
ichlebte
dulebtest
er/sie/eslebte
wirlebten
ihrlebtet
sie/Sielebten

Perfektvoltooid tegenwoordige tijd

Handelingen uit het verleden met gevolg voor het heden.

Perfekt van leben
PersoonVervoeging
ichhabe gelebt
duhast gelebt
er/sie/eshat gelebt
wirhaben gelebt
ihrhabt gelebt
sie/Siehaben gelebt

Futur Itoekomende tijd

Handelingen die zullen plaatsvinden.

Futur I van leben
PersoonVervoeging
ichwerde leben
duwirst leben
er/sie/eswird leben
wirwerden leben
ihrwerdet leben
sie/Siewerden leben

Konjunktiv IIconjunctief II

Hypothetische situaties en beleefde verzoeken.

Konjunktiv II van leben
PersoonVervoeging
ichlebte
dulebtest
er/sie/eslebte
wirlebten
ihrlebtet
sie/Sielebten

Imperativgebiedende wijs

Bevelen en verzoeken.

Imperativ van leben
PersoonVervoeging
dulebe
wirleben wir
ihrlebt
sie/Sieleben Sie

leben — veelgestelde vragen

Is leben een regelmatig werkwoord?
Ja — leben is een regelmatig werkwoord (Duits) en volgt de standaarduitgangen van zijn groep.
Wat betekent leben?
leben is een werkwoord (Duits) dat "leven" betekent.