Skip to content
Bibliotheek
Oefenen
Speelhal
Media Center
Afdrukbaar
Cursussen
Niveautest
Vervoeging
Woord van de Dag
Schrijfoefening
Blog.txt
Neem contact op
Vervoeging.xlsx

Vervoeging van verreisen (Duits)

verreisenop reis gaan; reizenregelmatig

Präsenstegenwoordige tijd

Handelingen die nu of gewoonlijk plaatsvinden.

Präsens van verreisen
PersoonVervoeging
ichverreise
duverreist
er/sie/esverreist
wirverreisen
ihrverreist
sie/Sieverreisen

Präteritumverleden tijd

Afgeronde handelingen in het verleden.

Präteritum van verreisen
PersoonVervoeging
ichverreiste
duverreistest
er/sie/esverreiste
wirverreisten
ihrverreistet
sie/Sieverreisten

Perfektvoltooid tegenwoordige tijd

Handelingen uit het verleden met gevolg voor het heden.

Perfekt van verreisen
PersoonVervoeging
ichbin verreist
dubist verreist
er/sie/esist verreist
wirsind verreist
ihrseid verreist
sie/Siesind verreist

Futur Itoekomende tijd

Handelingen die zullen plaatsvinden.

Futur I van verreisen
PersoonVervoeging
ichwerde verreisen
duwirst verreisen
er/sie/eswird verreisen
wirwerden verreisen
ihrwerdet verreisen
sie/Siewerden verreisen

Konjunktiv IIconjunctief II

Hypothetische situaties en beleefde verzoeken.

Konjunktiv II van verreisen
PersoonVervoeging
ichverreiste
duverreistest
er/sie/esverreiste
wirverreisten
ihrverreistet
sie/Sieverreisten

Imperativgebiedende wijs

Bevelen en verzoeken.

Imperativ van verreisen
PersoonVervoeging
duverreise
wirverreisen wir
ihrverreist
sie/Sieverreisen Sie

verreisen — veelgestelde vragen

Is verreisen een regelmatig werkwoord?
Ja — verreisen is een regelmatig werkwoord (Duits) en volgt de standaarduitgangen van zijn groep.
Wat betekent verreisen?
verreisen is een werkwoord (Duits) dat "op reis gaan; reizen" betekent.