Skip to content
Bibliotheek
Oefenen
Speelhal
Media Center
Afdrukbaar
Cursussen
Niveautest
Vervoeging
Woord van de Dag
Schrijfoefening
Blog.txt
Neem contact op
Vervoeging.xlsx

Vervoeging van versprechen (Duits)

versprechenbelovenonregelmatig

Präsenstegenwoordige tijd

Handelingen die nu of gewoonlijk plaatsvinden.

Präsens van versprechen
PersoonVervoeging
ichverspreche
duversprichst
er/sie/esverspricht
wirversprechen
ihrversprecht
sie/Sieversprechen

Präteritumverleden tijd

Afgeronde handelingen in het verleden.

Präteritum van versprechen
PersoonVervoeging
ichversprach
duversprachst
er/sie/esversprach
wirversprachen
ihrverspracht
sie/Sieversprachen

Perfektvoltooid tegenwoordige tijd

Handelingen uit het verleden met gevolg voor het heden.

Perfekt van versprechen
PersoonVervoeging
ichhabe versprochen
duhast versprochen
er/sie/eshat versprochen
wirhaben versprochen
ihrhabt versprochen
sie/Siehaben versprochen

Futur Itoekomende tijd

Handelingen die zullen plaatsvinden.

Futur I van versprechen
PersoonVervoeging
ichwerde versprechen
duwirst versprechen
er/sie/eswird versprechen
wirwerden versprechen
ihrwerdet versprechen
sie/Siewerden versprechen

Konjunktiv IIconjunctief II

Hypothetische situaties en beleefde verzoeken.

Konjunktiv II van versprechen
PersoonVervoeging
ichverspräche
duversprächest
er/sie/esverspräche
wirversprächen
ihrversprächet
sie/Sieversprächen

Imperativgebiedende wijs

Bevelen en verzoeken.

Imperativ van versprechen
PersoonVervoeging
duversprich
wirversprechen wir
ihrversprecht
sie/Sieversprechen Sie

versprechen — veelgestelde vragen

Is versprechen een regelmatig werkwoord?
Nee — versprechen is een onregelmatig werkwoord (Duits); sommige vormen volgen de standaarduitgangen niet.
Wat betekent versprechen?
versprechen is een werkwoord (Duits) dat "beloven" betekent.