Skip to content
Bibliotheek
Oefenen
Speelhal
Media Center
Afdrukbaar
Cursussen
Niveautest
Vervoeging
Woord van de Dag
Schrijfoefening
Blog.txt
Neem contact op
Vervoeging.xlsx

Vervoeging van bâtir (Frans)

bâtirbouwenregelmatig

Présenttegenwoordige tijd

Handelingen die nu of gewoonlijk plaatsvinden.

Présent van bâtir
PersoonVervoeging
jebâtis
tubâtis
il/elle/onbâtit
nousbâtissons
vousbâtissez
ils/ellesbâtissent

Passé composévoltooid tegenwoordige tijd

Handelingen uit het verleden met gevolg voor het heden.

Passé composé van bâtir
PersoonVervoeging
jeai bâti
tuas bâti
il/elle/ona bâti
nousavons bâti
vousavez bâti
ils/ellesont bâti

Imparfaitonvoltooid verleden tijd

Voortdurende of gewoonlijke handelingen in het verleden.

Imparfait van bâtir
PersoonVervoeging
jebâtissais
tubâtissais
il/elle/onbâtissait
nousbâtissions
vousbâtissiez
ils/ellesbâtissaient

Futur simpletoekomende tijd

Handelingen die zullen plaatsvinden.

Futur simple van bâtir
PersoonVervoeging
jebâtirai
tubâtiras
il/elle/onbâtira
nousbâtirons
vousbâtirez
ils/ellesbâtiront

Conditionnel présentvoorwaardelijke wijs

Handelingen die onder een voorwaarde zouden gebeuren.

Conditionnel présent van bâtir
PersoonVervoeging
jebâtirais
tubâtirais
il/elle/onbâtirait
nousbâtirions
vousbâtiriez
ils/ellesbâtiraient

Subjonctif présentaanvoegende wijs (tegenwoordig)

Wensen, twijfels en mogelijkheden in het heden.

Subjonctif présent van bâtir
PersoonVervoeging
jebâtisse
tubâtisses
il/elle/onbâtisse
nousbâtissions
vousbâtissiez
ils/ellesbâtissent

Impératifgebiedende wijs

Bevelen en verzoeken.

Impératif van bâtir
PersoonVervoeging
tubâtis
nousbâtissons
vousbâtissez

Participe passévoltooid deelwoord

De vorm voor samengestelde tijden en de lijdende vorm.

Participe passé van bâtir
PersoonVervoeging
jebâti
tubâti
il/elle/onbâti
nousbâti
vousbâti
ils/ellesbâti

bâtir — veelgestelde vragen

Is bâtir een regelmatig werkwoord?
Ja — bâtir is een regelmatig werkwoord (Frans) en volgt de standaarduitgangen van zijn groep.
Wat betekent bâtir?
bâtir is een werkwoord (Frans) dat "bouwen" betekent.