Skip to content
Bibliotheek
Oefenen
Speelhal
Media Center
Afdrukbaar
Cursussen
Niveautest
Vervoeging
Woord van de Dag
Schrijfoefening
Blog.txt
Neem contact op
Vervoeging.xlsx

Vervoeging van iść (Pools)

iśćgaanonregelmatig

Czas teraźniejszytegenwoordige tijd

Handelingen die nu of gewoonlijk plaatsvinden.

Czas teraźniejszy van iść
PersoonVervoeging
jaidę
tyidziesz
on/ona/onoidzie
myidziemy
wyidziecie
oni/oneidą

Czas przeszły (rodzaj męski)verleden tijd (mannelijk)

Handelingen in het verleden met mannelijk onderwerp.

Czas przeszły (rodzaj męski) van iść
PersoonVervoeging
jaszedłem
tyszedłeś
on/ona/onoszedł
myszliśmy
wyszliście
oni/oneszli

Czas przeszły (rodzaj żeński)verleden tijd (vrouwelijk)

Handelingen in het verleden met vrouwelijk onderwerp.

Czas przeszły (rodzaj żeński) van iść
PersoonVervoeging
jaszłam
tyszłaś
on/ona/onoszła
myszłyśmy
wyszłyście
oni/oneszły
Advertisement

Czas przyszłytoekomende tijd

Handelingen die zullen plaatsvinden.

Czas przyszły van iść
PersoonVervoeging
jabędę szedł
tybędziesz szedł
on/ona/onobędzie szedł
mybędziemy szli
wybędziecie szli
oni/onebędą szli

Tryb warunkowyvoorwaardelijke wijs

Handelingen die onder een voorwaarde zouden gebeuren.

Tryb warunkowy van iść
PersoonVervoeging
jaszedłbym
tyszedłbyś
on/ona/onoszedłby
myszlibyśmy
wyszlibyście
oni/oneszliby

Tryb rozkazującygebiedende wijs

Bevelen en verzoeken.

Tryb rozkazujący van iść
PersoonVervoeging
tyidź
on/ona/ononiech idzie
myidźmy
wyidźcie
oni/oneniech idą

iść — veelgestelde vragen

Is iść een regelmatig werkwoord?
Nee — iść is een onregelmatig werkwoord (Pools); sommige vormen volgen de standaarduitgangen niet.
Wat betekent iść?
iść is een werkwoord (Pools) dat "gaan" betekent.