Skip to content
Bibliotheek
Oefenen
Speelhal
Media Center
Afdrukbaar
Cursussen
Niveautest
Vervoeging
Woord van de Dag
Schrijfoefening
Blog.txt
Neem contact op
Vervoeging.xlsx

Vervoeging van spać (Pools)

spaćslapenonregelmatig

Czas teraźniejszytegenwoordige tijd

Handelingen die nu of gewoonlijk plaatsvinden.

Czas teraźniejszy van spać
PersoonVervoeging
jaśpię
tyśpisz
on/ona/onośpi
myśpimy
wyśpicie
oni/oneśpią

Czas przeszły (rodzaj męski)verleden tijd (mannelijk)

Handelingen in het verleden met mannelijk onderwerp.

Czas przeszły (rodzaj męski) van spać
PersoonVervoeging
jaspałem
tyspałeś
on/ona/onospał
myspaliśmy
wyspaliście
oni/onespali

Czas przeszły (rodzaj żeński)verleden tijd (vrouwelijk)

Handelingen in het verleden met vrouwelijk onderwerp.

Czas przeszły (rodzaj żeński) van spać
PersoonVervoeging
jaspałam
tyspałaś
on/ona/onospała
myspałyśmy
wyspałyście
oni/onespały

Czas przyszłytoekomende tijd

Handelingen die zullen plaatsvinden.

Czas przyszły van spać
PersoonVervoeging
jabędę spać
tybędziesz spać
on/ona/onobędzie spać
mybędziemy spać
wybędziecie spać
oni/onebędą spać

Tryb warunkowyvoorwaardelijke wijs

Handelingen die onder een voorwaarde zouden gebeuren.

Tryb warunkowy van spać
PersoonVervoeging
jaspałbym
tyspałbyś
on/ona/onospałby
myspalibyśmy
wyspalibyście
oni/onespaliby

Tryb rozkazującygebiedende wijs

Bevelen en verzoeken.

Tryb rozkazujący van spać
PersoonVervoeging
tyśpij
on/ona/ononiech śpi
myśpijmy
wyśpijcie
oni/oneniech śpią

spać — veelgestelde vragen

Is spać een regelmatig werkwoord?
Nee — spać is een onregelmatig werkwoord (Pools); sommige vormen volgen de standaarduitgangen niet.
Wat betekent spać?
spać is een werkwoord (Pools) dat "slapen" betekent.