Skip to content
Bibliotheek
Oefenen
Speelhal
Media Center
Afdrukbaar
Cursussen
Niveautest
Vervoeging
Woord van de Dag
Schrijfoefening
Blog.txt
Neem contact op
Vervoeging.xlsx

Vervoeging van umieć (Pools)

umiećkunnen; weten hoe teonregelmatig

Czas teraźniejszytegenwoordige tijd

Handelingen die nu of gewoonlijk plaatsvinden.

Czas teraźniejszy van umieć
PersoonVervoeging
jaumiem
tyumiesz
on/ona/onoumie
myumiemy
wyumiecie
oni/oneumieją

Czas przeszły (rodzaj męski)verleden tijd (mannelijk)

Handelingen in het verleden met mannelijk onderwerp.

Czas przeszły (rodzaj męski) van umieć
PersoonVervoeging
jaumiałem
tyumiałeś
on/ona/onoumiał
myumieliśmy
wyumieliście
oni/oneumieli

Czas przeszły (rodzaj żeński)verleden tijd (vrouwelijk)

Handelingen in het verleden met vrouwelijk onderwerp.

Czas przeszły (rodzaj żeński) van umieć
PersoonVervoeging
jaumiałam
tyumiałaś
on/ona/onoumiała
myumiałyśmy
wyumiałyście
oni/oneumiały

Czas przyszłytoekomende tijd

Handelingen die zullen plaatsvinden.

Czas przyszły van umieć
PersoonVervoeging
jabędę umiał
tybędziesz umiał
on/ona/onobędzie umiał
mybędziemy umieli
wybędziecie umieli
oni/onebędą umieli

Tryb warunkowyvoorwaardelijke wijs

Handelingen die onder een voorwaarde zouden gebeuren.

Tryb warunkowy van umieć
PersoonVervoeging
jaumiałbym
tyumiałbyś
on/ona/onoumiałby
myumielibyśmy
wyumielibyście
oni/oneumieliby

Tryb rozkazującygebiedende wijs

Bevelen en verzoeken.

Tryb rozkazujący van umieć
PersoonVervoeging
tyumiej
myumiejmy
wyumiejcie

umieć — veelgestelde vragen

Is umieć een regelmatig werkwoord?
Nee — umieć is een onregelmatig werkwoord (Pools); sommige vormen volgen de standaarduitgangen niet.
Wat betekent umieć?
umieć is een werkwoord (Pools) dat "kunnen; weten hoe te" betekent.