Skip to content
Bibliotheek
Oefenen
Speelhal
Media Center
Afdrukbaar
Cursussen
Niveautest
Vervoeging
Woord van de Dag
Schrijfoefening
Blog.txt
Neem contact op
Vervoeging.xlsx

Vervoeging van znać (Pools)

znaćkennenregelmatig

Czas teraźniejszytegenwoordige tijd

Handelingen die nu of gewoonlijk plaatsvinden.

Czas teraźniejszy van znać
PersoonVervoeging
jaznam
tyznasz
on/ona/onozna
myznamy
wyznacie
oni/oneznają

Czas przeszły (rodzaj męski)verleden tijd (mannelijk)

Handelingen in het verleden met mannelijk onderwerp.

Czas przeszły (rodzaj męski) van znać
PersoonVervoeging
jaznałem
tyznałeś
on/ona/onoznał
myznaliśmy
wyznaliście
oni/oneznali

Czas przeszły (rodzaj żeński)verleden tijd (vrouwelijk)

Handelingen in het verleden met vrouwelijk onderwerp.

Czas przeszły (rodzaj żeński) van znać
PersoonVervoeging
jaznałam
tyznałaś
on/ona/onoznała
myznałyśmy
wyznałyście
oni/oneznały

Czas przyszłytoekomende tijd

Handelingen die zullen plaatsvinden.

Czas przyszły van znać
PersoonVervoeging
jabędę znał
tybędziesz znał
on/ona/onobędzie znał
mybędziemy znać
wybędziecie znać
oni/onebędą znać

Tryb warunkowyvoorwaardelijke wijs

Handelingen die onder een voorwaarde zouden gebeuren.

Tryb warunkowy van znać
PersoonVervoeging
jaznałbym
tyznałbyś
on/ona/onoznałby
myznalibyśmy
wyznalibyście
oni/oneznaliby

Tryb rozkazującygebiedende wijs

Bevelen en verzoeken.

Tryb rozkazujący van znać
PersoonVervoeging
tyznaj
on/ona/ononiech zna
myznajmy
wyznajcie
oni/oneniech znają

znać — veelgestelde vragen

Is znać een regelmatig werkwoord?
Ja — znać is een regelmatig werkwoord (Pools) en volgt de standaarduitgangen van zijn groep.
Wat betekent znać?
znać is een werkwoord (Pools) dat "kennen" betekent.