Skip to content
Bibliotheek
Oefenen
Speelhal
Media Center
Afdrukbaar
Cursussen
Niveautest
Vervoeging
Woord van de Dag
Schrijfoefening
Blog.txt
Neem contact op
Vervoeging.xlsx

Vervoeging van viajar (Portugees)

viajarreizenregelmatig

Presentetegenwoordige tijd

Handelingen die nu of gewoonlijk plaatsvinden.

Presente van viajar
PersoonVervoeging
euviajo
tuviajas
ele/ela/vocêviaja
nósviajamos
vósviajais
eles/elas/vocêsviajam

Pretérito Perfeitoverleden tijd

Afgeronde handelingen in het verleden.

Pretérito Perfeito van viajar
PersoonVervoeging
euviajei
tuviajaste
ele/ela/vocêviajou
nósviajamos
vósviajastes
eles/elas/vocêsviajaram

Pretérito Imperfeitoonvoltooid verleden tijd

Voortdurende of gewoonlijke handelingen in het verleden.

Pretérito Imperfeito van viajar
PersoonVervoeging
euviajava
tuviajavas
ele/ela/vocêviajava
nósviajávamos
vósviajáveis
eles/elas/vocêsviajavam

Futuro do Presentetoekomende tijd

Handelingen die zullen plaatsvinden.

Futuro do Presente van viajar
PersoonVervoeging
euviajarei
tuviajarás
ele/ela/vocêviajará
nósviajaremos
vósviajareis
eles/elas/vocêsviajarão

Condicionalvoorwaardelijke wijs

Handelingen die onder een voorwaarde zouden gebeuren.

Condicional van viajar
PersoonVervoeging
euviajaria
tuviajarias
ele/ela/vocêviajaria
nósviajaríamos
vósviajaríeis
eles/elas/vocêsviajariam

Presente do Subjuntivoaanvoegende wijs (tegenwoordig)

Wensen, twijfels en mogelijkheden in het heden.

Presente do Subjuntivo van viajar
PersoonVervoeging
euviaje
tuviajes
ele/ela/vocêviaje
nósviajemos
vósviajeis
eles/elas/vocêsviajem

Imperfeito do Subjuntivoaanvoegende wijs (verleden)

Hypothetische of onwerkelijke situaties in het verleden.

Imperfeito do Subjuntivo van viajar
PersoonVervoeging
euviajasse
tuviajasses
ele/ela/vocêviajasse
nósviajássemos
vósviajásseis
eles/elas/vocêsviajassem

Futuro do Subjuntivoaanvoegende wijs (toekomend)

Hypothetische situaties in de toekomst.

Futuro do Subjuntivo van viajar
PersoonVervoeging
euviajar
tuviajares
ele/ela/vocêviajar
nósviajarmos
vósviajardes
eles/elas/vocêsviajarem

Imperativo Afirmativogebiedende wijs

Bevelen en verzoeken.

Imperativo Afirmativo van viajar
PersoonVervoeging
tuviaja
ele/ela/vocêviaje
nósviajemos
vósviajai
eles/elas/vocêsviajem

Gerúndiogerundium

De vorm voor een handeling die aan de gang is.

Gerúndio van viajar
PersoonVervoeging
euviajando
tuviajando
ele/ela/vocêviajando
nósviajando
vósviajando
eles/elas/vocêsviajando

viajar — veelgestelde vragen

Is viajar een regelmatig werkwoord?
Ja — viajar is een regelmatig werkwoord (Portugees) en volgt de standaarduitgangen van zijn groep.
Wat betekent viajar?
viajar is een werkwoord (Portugees) dat "reizen" betekent.