Skip to content
Bibliotheek
Oefenen
Speelhal
Media Center
Afdrukbaar
Cursussen
Niveautest
Vervoeging
Woord van de Dag
Schrijfoefening
Blog.txt
Neem contact op
reis.doc

Afrikaans Woord van de dag

reis

REIS • noun — 7 apr, 2026


Luister naar uitspraak

Betekenis: een reis of verplaatsing van de ene plek naar de andere, vaak over een lange afstand.

Advertisement

Voorbeelden

  1. Ek gaan op 'n lang reis hierdie somer.
    (Ik ga deze zomer op een lange reis.)
  2. Die reis na die see was baie ontspannend.
    (De reis naar de zee was zeer ontspannend.)
  3. Hy maak 'n reis na Europa volgende jaar.
    (Hij maakt volgend jaar een reis naar Europa.)

Synoniemen

  • toer
  • uitstap
Het woord 'reis' wordt vaak gebruikt om te verwijzen naar vakanties, zakenreizen of andere soorten verplaatsingen over grotere afstanden.

Deze vermelding is gegenereerd door een AI-taalmodel. Iets fout gezien? Meld het en we kijken ernaar. Lees hoe wij AI gebruiken of



Recente woorden

DatumWoordBetekenis
2026-09-05dusdaarom; gevolgtrekkend gebruikt om een conclusie o...
2026-09-04gedeelteliknie heeltemal nie; in ’n mate, maar nie volledig n...
2026-09-03gereeldop vaste tye; vaak of dikwels gebeurend
2026-09-02gewoeldrukte; rumoer of levendige activiteit op een plek
2026-09-01blitssnel en heel kort; iets wat in een oogwenk gebeurt...

Bekijk volledig archief

« 6 apr7 apr, 20268 apr »

Ontvang elke dag een nieuw woord in je inbox!