Skip to content
Bibliotheek
Oefenen
Speelhal
Media Center
Afdrukbaar
Cursussen
Niveautest
Vervoeging
Woord van de Dag
Schrijfoefening
Blog.txt
Neem contact op
winkel.doc

Afrikaans Woord van de dag

winkel

WIN-kel • noun — 22 mei, 2026


Luister naar uitspraak

Betekenis: een plaats waar goederen of producten verkocht worden; winkel, zaak

Advertisement

Voorbeelden

  1. Ek gaan na die winkel.
    (Ik ga naar de winkel.)
  2. Die winkel is vandag toe.
    (De winkel is vandaag gesloten.)
  3. Die winkel verkoop brood en melk.
    (De winkel verkoopt brood en melk.)

Synoniemen

  • boetiek
  • zaak
Gebruik 'winkel' om te verwijzen naar een plaats waar je spullen koopt — van supermarkten tot kleine buurtzaakjes. Voor een chique of gespecialiseerde winkel kun je ook 'boetiek' zeggen; voor het bedrijf of de onderneming zelf wordt soms 'zaak' gebruikt.

Deze vermelding is gegenereerd door een AI-taalmodel. Iets fout gezien? Meld het en we kijken ernaar. Lees hoe wij AI gebruiken of



Recente woorden

DatumWoordBetekenis
2026-09-05dusdaarom; gevolgtrekkend gebruikt om een conclusie o...
2026-09-04gedeelteliknie heeltemal nie; in ’n mate, maar nie volledig n...
2026-09-03gereeldop vaste tye; vaak of dikwels gebeurend
2026-09-02gewoeldrukte; rumoer of levendige activiteit op een plek
2026-09-01blitssnel en heel kort; iets wat in een oogwenk gebeurt...

Bekijk volledig archief

« 21 mei22 mei, 202623 mei »

Ontvang elke dag een nieuw woord in je inbox!