Afrikaans Woord van de dag
winkel
WIN-kel • noun — 22 mei, 2026
Luister naar uitspraak
Betekenis: een plaats waar goederen of producten verkocht worden; winkel, zaak
Voorbeelden
- Ek gaan na die winkel.
(Ik ga naar de winkel.) - Die winkel is vandag toe.
(De winkel is vandaag gesloten.) - Die winkel verkoop brood en melk.
(De winkel verkoopt brood en melk.)
Synoniemen
- boetiek
- zaak
Gebruik 'winkel' om te verwijzen naar een plaats waar je spullen koopt — van supermarkten tot kleine buurtzaakjes. Voor een chique of gespecialiseerde winkel kun je ook 'boetiek' zeggen; voor het bedrijf of de onderneming zelf wordt soms 'zaak' gebruikt.
Deze vermelding is gegenereerd door een AI-taalmodel. Iets fout gezien? Meld het en we kijken ernaar. Lees hoe wij AI gebruiken of
Recente woorden
| Datum | Woord | Betekenis |
|---|---|---|
| 2026-09-05 | dus | daarom; gevolgtrekkend gebruikt om een conclusie o... |
| 2026-09-04 | gedeeltelik | nie heeltemal nie; in ’n mate, maar nie volledig n... |
| 2026-09-03 | gereeld | op vaste tye; vaak of dikwels gebeurend |
| 2026-09-02 | gewoel | drukte; rumoer of levendige activiteit op een plek |
| 2026-09-01 | blits | snel en heel kort; iets wat in een oogwenk gebeurt... |
Ontvang deze per e-mail
Log in op je gratis account om dagelijks woorden per e-mail te ontvangen.
Ontvang elke dag een nieuw woord in je inbox!