Duits Woord van de dag
reisen
/REI-sen/ • verb — 26 mrt, 2026
Luister naar uitspraak
Betekenis: zich verplaatsen van de ene naar de andere plaats, vaak over een grote afstand, meestal voor plezier of werk.
Voorbeelden
- Ich möchte nächsten Sommer nach Spanien reisen.
(Ik wil volgend zomers naar Spanje reizen.) - Wir reisen oft mit dem Zug.
(Wij reizen vaak met de trein.) - Hast du schon einmal außerhalb deines Landes gereist?
(Ben je ooit buiten je land gereisd?)
Synoniemen
- fahren
- unterwegs sein
Vervoeging
| Persoon | Präsens | Präteritum |
|---|---|---|
| ich | reise | reiste |
| du | reist | reistest |
| er/sie/es | reist | reiste |
| wir | reisen | reisten |
| ihr | reist | reistet |
| sie/Sie | reisen | reisten |
Bekijk alle 6 tijden van reisen →
Het woord 'reisen' wordt vaak gebruikt wanneer iemand op vakantie gaat of voor zakelijke redenen een verre reis maakt.
Deze vermelding is gegenereerd door een AI-taalmodel. Iets fout gezien? Meld het en we kijken ernaar. Lees hoe wij AI gebruiken of
Recente woorden
| Datum | Woord | Betekenis |
|---|---|---|
| 2026-08-27 | allerdings | wordt gebruikt om een tegenstelling of beperking a... |
| 2026-08-26 | pünktlich | op tijd; volgens de afgesproken tijd |
| 2026-08-25 | fehlen | ontbreken; niet aanwezig zijn; ook: iemand missen |
| 2026-08-24 | helfen | helpen; iets doen waardoor iemand anders het makke... |
| 2026-08-23 | vorbereiten | zich voorbereiden; iets gereedmaken voor iets wat ... |
Ontvang deze per e-mail
Log in op je gratis account om dagelijks woorden per e-mail te ontvangen.
Ontvang elke dag een nieuw woord in je inbox!