abholen vs. aufsammeln
Woordvergelijking Duits
Luister naar abholen
Luister naar aufsammeln
| abholen | aufsammeln |
|---|---|
ab-HO-len verb | /ˈaʊfˌzaməl̩n/ verb |
| ophalen; komen om iemand of iets te halen | oprapen/verzamelen; iets van de grond oprapen of meerdere verspreide voorwerpen/ personen bijeenbrengen, vaak informeel. |
Hoe ze verschillen
Aufsammeln suggereert meestal fysiek oprapen (bv. van de grond) of het verzamelen van meerdere verspreide zaken of personen onderweg; het heeft vaak een meer informele of incidentele bijklank. Abholen klinkt neutraler en formeler en wordt gebruikt voor geplande, doelgerichte ophaalmomenten.
Wanneer gebruik je welk woord
Wanneer gebruik je abholen: Gebruik 'abholen' voor geplande of formele ophaalafspraken (bijvoorbeeld iemand van een station halen).
Wanneer gebruik je aufsammeln: Gebruik 'aufsammeln' als je iets van de grond opruimt of informeel meerdere mensen/dingen onderweg bij elkaar verzamelt.
Voorbeelden naast elkaar
- Wir holen die Gäste um sieben Uhr ab.
(We halen de gasten om zeven uur op.) - Auf dem Feld hat er die Äpfel aufgesammelt.
(Op het veld heeft hij de appels opgeraapt.)
Register en nuance: Aufsammeln is vaker informeel en beschrijft physiek oprapen of het 'even onderweg oppikken'; 'abholen' is neutraler en geschikt voor geplande ophaalhandelingen.