Skip to content
Bibliotheek
Oefenen
Speelhal
Media Center
Afdrukbaar
Cursussen
Niveautest
Vervoeging
Woord van de Dag
Schrijfoefening
Blog.txt
Neem contact op
sparen vs zurücklegen.doc

sparen vs. zurücklegen

Woordvergelijking Duits


Luister naar sparen
Luister naar zurücklegen
sparenzurücklegen
SHPA-ren
verb
[tsuˈʁʏkˌleːɡn̩]
verb
geld of middelen opzijzetten en niet meteen uitgeven; ook: iets besparen door minder te gebruikeniets apart zetten voor later gebruik; geld reserveren
Advertisement

Hoe ze verschillen

„Zurücklegen“ is concreter dan „sparen“: het gaat vaak om een duidelijk bedrag of een deel dat je reserveert. Het zegt minder over zuinig gedrag in het algemeen en meer over het apart zetten van iets.

Wanneer gebruik je welk woord

Wanneer gebruik je sparen: Gebruik „sparen“ als je het algemene idee van geld of middelen opzijzetten bedoelt.

Wanneer gebruik je zurücklegen: Gebruik „zurücklegen“ als je expliciet wilt zeggen dat je iets reserveert of apart houdt voor later.

Voorbeelden naast elkaar

  1. Wir sparen für einen Urlaub.
    (We sparen voor een vakantie.)
  2. Wir legen jeden Monat etwas für einen Urlaub zurück.
    (We zetten elke maand iets opzij voor een vakantie.)
Register en nuance: „Zurücklegen“ is standaardtaal en klinkt iets formeler of administratiever dan het brede „sparen“.

Meer vergelijkingen met sparen