Japans Woord van de dag
Alle vorige woorden — 188 woorden
| Datum | Woord | Type | Betekenis |
|---|---|---|---|
| 2026-09-05 | 確認する | werkwoord | controleren; nagaan of iets klopt of in orde is |
| 2026-09-04 | まだ | adverb | nog; nog steeds; tot nu toe nog niet |
| 2026-09-02 | 会議 | noun | vergadering; bijeenkomst waarin mensen samenkomen om iets te bespreken |
| 2026-08-31 | 遅い | adjectief | laat; niet snel, of later dan verwacht |
| 2026-08-30 | 大事 | adjectief | belangrijk; iets dat veel waarde heeft of niet vergeten mag worden |
| 2026-08-29 | 住所 | zelfstandig naamwoord | adres; het woon- of postadres van een persoon of plek |
| 2026-08-28 | 大切 | adjective | belangrijk; iets of iemand van grote waarde |
| 2026-08-27 | 天気 | zelfstandig naamwoord | het weer |
| 2026-08-26 | 散歩 | noun | een rustige wandeling maken, meestal voor ontspanning of om even buiten te zijn |
| 2026-08-25 | 約束 | noun | afspraak; iets wat je met iemand afspreekt om te doen of om op een bepaald moment te ontmoeten |
| 2026-08-24 | 理解 | noun | het begrijpen of doorgronden van iets; het hebben van begrip voor een situatie of uitleg |
| 2026-08-23 | 混む | werkwoord | druk zijn; vol zitten; het erg druk hebben (bijvoorbeeld een trein, winkel of straat) |
| 2026-08-22 | 連絡 | noun / suru-werkwoord | contact opnemen; bericht of contactmoment, vaak om iets door te geven of af te stemmen |
| 2026-08-21 | 予約 | noun | van tevoren vastleggen of afspreken dat je iets op een bepaald moment krijgt, doet of gebruikt; een reservering |
| 2026-08-20 | 間に | bijwoord / naamwoord | tussen twee dingen; tijdens de tijd dat iets gebeurt |
| 2026-08-19 | 必要 | adjectief / zelfstandig naamwoord | nodig; iets dat vereist of onmisbaar is |
| 2026-08-18 | 遅れる | werkwoord | te laat komen; vertraging oplopen |
| 2026-08-17 | 大丈夫 | bijvoeglijk naamwoord / uitdrukking | in orde zijn; geen probleem; het gaat goed |
| 2026-08-16 | 探す | werkwoord | zoeken; iets of iemand proberen te vinden |
| 2026-08-15 | 間違える | werkwoord | iets verkeerd doen; zich vergissen |