Tsjechisch Woord van de dag
Alle vorige woorden — 186 woorden
| Datum | Woord | Type | Betekenis |
|---|---|---|---|
| 2026-09-02 | poznat | verb | herkennen; identificeren als iemand of iets dat je al kent |
| 2026-09-01 | obchodník | zn e1s | iemand die in handel werkt; een verkoper of handelaar |
| 2026-08-31 | schodiště | zelfstandig naamwoord | een trap of trappenhuis; de reeks treden waarmee je van de ene verdieping naar de andere gaat |
| 2026-08-30 | naděje | noun | Het gevoel of de verwachting dat iets goed zal aflopen of dat iets wenselijks zal gebeuren. |
| 2026-08-29 | okamžik | noun | een kort moment; een heel klein stukje tijd |
| 2026-08-28 | učit | werkwoord | onderwijzen; lesgeven; iets aan iemand leren |
| 2026-08-27 | okamžitě | bijwoord | onmiddellijk; zonder enige vertraging |
| 2026-08-26 | ležet | werkwoord | liggen; zich in horizontale positie bevinden |
| 2026-08-25 | hezký | adjective | mooi; aardig; fijn; aantrekkelijk |
| 2026-08-24 | výhoda | noun | een voordeel; iets dat gunstig of nuttig is |
| 2026-08-23 | zapomenout | werkwoord | iets uit je geheugen verliezen; niet meer aan iets denken of het niet meer weten |
| 2026-08-22 | schůzka | noun | afspraak; een geplande ontmoeting met iemand |
| 2026-08-21 | rychle | bijwoord | snel, met hoge snelheid |
| 2026-08-20 | prosím | tussenwerpsel | alsjeblieft; gebruikt om beleefd iets te vragen of aan te bieden |
| 2026-08-19 | spěchat | werkwoord | zich haasten; snel moeten of willen gaan omdat er weinig tijd is |
| 2026-08-18 | událost | noun | een gebeurtenis; iets dat gebeurt of heeft plaatsgevonden |
| 2026-08-17 | hladový | bijvoeglijk naamwoord | hongerig; je hebt trek en wilt eten |
| 2026-08-16 | vstávat | verb | opstaan; uit bed komen |
| 2026-08-15 | učit se | werkwoord | leren, studeren of zich een vaardigheid eigen maken |
| 2026-08-14 | potřebovat | werkwoord | nodig hebben; behoefte hebben aan iets |