Turks Woord van de dag
Alle vorige woorden — 186 woorden
| Datum | Woord | Type | Betekenis |
|---|---|---|---|
| 2026-07-04 | arkadaş | noun | vriend; iemand met wie je een sociale band hebt |
| 2026-07-03 | büyük | bijvoeglijk naamwoord | groot; van grote afmeting |
| 2026-07-02 | yarın | bijwoord (ook zelfstandig naamwoord) | morgen; de dag na vandaag |
| 2026-07-01 | diğer | bijvoeglijk naamwoord / voornaamwoord | ander(e); de overige |
| 2026-06-30 | market | zelfstandig naamwoord | winkel waar je boodschappen en dagelijkse artikelen koopt; (informeel) supermarkt |
| 2026-06-29 | otobüs | zelfstandig naamwoord | bus; openbaar vervoermiddel voor passagiers |
| 2026-06-28 | güzel | bijvoeglijk naamwoord (adjectief) | mooi; aangenaam; prettig; kan ook 'goed' betekenen in sommige contexten |
| 2026-06-27 | pazar | zelfstandig naamwoord | markt (bijv. openluchtmarkt of supermarkt); daarnaast betekent 'Pazar' ook 'zondag' als dag van de week |
| 2026-06-26 | mutlu | bijvoeglijk naamwoord | gelukkig; blij |
| 2026-06-25 | üzgün | bijvoeglijk naamwoord | verdrietig, droevig; je voelt je bedroefd |
| 2026-06-24 | ücret | zelfstandig naamwoord (noun) | prijs/kosten; vergoeding — het bedrag dat voor een product of dienst betaald wordt |
| 2026-06-23 | kapı | noun | deur; opening die toegang geeft tot een ruimte |
| 2026-06-22 | su | zelfstandig naamwoord | water; vloeistof die je drinkt of gebruikt om schoon te maken, te koken en planten te geven |
| 2026-06-21 | kahve | noun | koffie |
| 2026-06-20 | bazen | bijwoord | soms, af en toe |
| 2026-06-19 | alışveriş | zelfstandig naamwoord | winkelen / boodschappen doen; het kopen van goederen |
| 2026-06-18 | ev | zelfstandig naamwoord | huis; thuis (woonruimte of woonplaats) |
| 2026-06-17 | tamam | tussenwerpsel | oké; in orde; uitdrukking om instemming of bevestiging te geven |
| 2026-06-16 | telefon | zelfstandig naamwoord | telefoon; apparaat om te bellen of berichten te versturen; ook gebruikt voor 'telefoontje' of 'oproep'. |
| 2026-06-15 | yardım | zelfstandig naamwoord (isim) | hulp; assistentie |