Turks Woord van de dag
Alle vorige woorden — 186 woorden
| Datum | Woord | Type | Betekenis |
|---|---|---|---|
| 2026-05-25 | saat | zelfstandig naamwoord | uur; klok (tijdstip of apparaat om de tijd aan te geven) |
| 2026-05-24 | yavaş | adjective / adverb | langzaam; traag; ook gebruikt als 'rustig' in de zin van niet haasten |
| 2026-05-23 | otobüs | noun | bus; openbaar vervoermiddel voor passagiers |
| 2026-05-22 | kapı | zelfstandig naamwoord | deur; opening die toegang geeft tot een ruimte |
| 2026-05-21 | para | zelfstandig naamwoord | geld; middel om aankopen te doen of waarde uit te drukken |
| 2026-05-20 | su | zelfstandig naamwoord | water (drinkbare vloeistof) |
| 2026-05-19 | alışveriş | zelfstandig naamwoord | het doen van aankopen; winkelen |
| 2026-05-18 | evet | tussenwerpsel | ja; gebruikt om instemming of bevestiging uit te drukken |
| 2026-05-17 | mutfak | zelfstandig naamwoord | De ruimte in een huis of gebouw waar gekookt wordt; keuken. |
| 2026-05-16 | başka | bijvoeglijk naamwoord (ook gebruikt als bijwoord/pronomen) | anders; ander(e), verschillend |
| 2026-05-15 | yardım | zelfstandig naamwoord | hulp; assistentie |
| 2026-05-14 | teşekkür | tussenwerpsel / zelfstandig naamwoord | bedankwoord; uitdrukking van dankbaarheid (zoals 'dank' of 'bedankt') |
| 2026-05-13 | uyumak | werkwoord | slapen; in slaap vallen |
| 2026-05-12 | yemek | werkwoord / zelfstandig naamwoord | eten; zowel het werkwoord 'eten' als het zelfstandig naamwoord 'maaltijd/voedsel'. |
| 2026-05-11 | trafik | zelfstandig naamwoord | verkeer; verkeersdrukte (auto's en andere voertuigen op de weg) |
| 2026-05-10 | bilet | zelfstandig naamwoord | kaartje; ticket (voor vervoer of evenementen) |
| 2026-05-09 | lütfen | bijwoord (beleefdheidsuitdrukking) | alsjeblieft; gebruikt om op een beleefde manier om iets te vragen of iemands aandacht te trekken |
| 2026-05-08 | ödemek | werkwoord | betalen; geld geven voor een dienst, product of rekening |
| 2026-05-07 | anlamak | werkwoord | begrijpen; iets snappen of inzien |
| 2026-05-06 | istemek | werkwoord | willen; verlangen |