Zweeds Woord van de dag
Alle vorige woorden — 189 woorden
| Datum | Woord | Type | Betekenis |
|---|---|---|---|
| 2026-07-27 | bråttom | noun | haast, een gevoel dat je snel moet handelen of weinig tijd hebt |
| 2026-07-26 | bekväm | adjective | comfortabel; prettig en gemakkelijk om op te zitten, te liggen of te dragen |
| 2026-07-25 | sällan | adverb | niet vaak; weinig frequent |
| 2026-07-24 | eftersom | subjunction | omdat; wordt gebruikt om een reden of oorzaak aan te geven |
| 2026-07-23 | ansvar | noun | verantwoordelijkheid; de plicht om voor iets of iemand te zorgen of ervoor te zorgen dat iets goed gebeurt |
| 2026-07-22 | förbättra | verb | iets beter maken; verbeteren |
| 2026-07-21 | förklara | verb | uitleggen; duidelijk maken wat iets betekent of hoe iets werkt |
| 2026-07-20 | viktig | adjective | belangrijk; iets dat veel betekenis of prioriteit heeft |
| 2026-07-19 | hämta | verb | iets ophalen of gaan halen |
| 2026-07-18 | försening | noun | vertraging; iets dat later gebeurt dan gepland. |
| 2026-07-17 | vänta | verb | wachten; niet beginnen of doorgaan totdat iets of iemand arriveert |
| 2026-07-16 | stor | bijvoeglijk naamwoord | groot; van aanzienlijke omvang, hoeveelheid of belangrijkheid |
| 2026-07-15 | köpa | verb | kopen; iets met geld aanschaffen of verwerven |
| 2026-07-14 | beställa | verb | bestellen; iets (bijv. eten, varor, biljetter) aanvragen of laten leveren via telefoon, internet of in een winkel/restaurant |
| 2026-07-13 | sak | substantiv (en-ord) | ding/zaak; een voorwerp of iets abstracter (iets) dat je kunt noemen als 'iets' |
| 2026-07-12 | möte | zelfstandig naamwoord | een bijeenkomst of vergadering waarbij mensen samenkomen om zaken te bespreken |
| 2026-07-11 | hitta | verb | vinden; iets (terug)vinden of opsporen |
| 2026-07-10 | idag | bijwoord | vandaag, op de huidige dag |
| 2026-07-09 | snart | bijwoord | binnenkort; in de nabije toekomst |
| 2026-07-08 | rolig | bijvoeglijk naamwoord | leuk; grappig; plezierig |