Skip to content
Bibliotheek
Oefenen
Speelhal
Media Center
Afdrukbaar
Cursussen
Niveautest
Vervoeging
Woord van de Dag
Schrijfoefening
Blog.txt
Neem contact op
Archive.doc

Zweeds Woord van de dag

Alle vorige woorden189 woorden


DatumWoordTypeBetekenis
2026-05-08vetaverbweten; kennis hebben van een feit of informatie
2026-05-07öppnaverbopenen (iets openmaken of iets laten opengaan, bv. deur, raam, bestand, winkel)
2026-05-06självpronomenzelf; geeft aan dat iemand iets onafhankelijk of alleen doet
2026-05-05lägenhetnounappartement; een woning in een meergezinsgebouw (huur of eigen)
2026-05-04pratawerkwoordspreken/praten; een gesprek voeren
2026-05-03ringaverbiemand bellen; telefoneren
2026-05-02lagaverbrepareren of klaarmaken (bijvoorbeeld eten bereiden)
2026-05-01försiktigadjectivevoorzichtig, oppassend; iemand die zorgvuldig handelt om gevaar of fouten te vermijden
2026-04-30tacktussenwerpselbedankt; woord om waardering of dankbaarheid uit te drukken
2026-04-29glömmaverbniet (meer) herinneren; per ongeluk iets achterlaten of niet meenemen; vergeten
2026-04-28nyfikenadjektivnieuwsgierig; iemand die informatie wil weten of iets wil onderzoeken
2026-04-27betalaverbbetalen; geld geven voor een product of dienst
2026-04-26köpaverbkopen; iets aanschaffen in ruil voor geld
2026-04-25hjälpaverbiemand ondersteunen of iets doen om iemand te helpen
2026-04-24skickawerkwoordsturen, verzenden (bijv. een pakket, brief of bericht)
2026-04-23tillbakabijwoordterug; geeft aan dat iemand of iets naar een vorige plaats of toestand terugkeert
2026-04-22förståverbbegrijpen; iets snappen of inzien
2026-04-21oftabijwoordvaak; met regelmatige frequentie
2026-04-20roligadjectivleuk, grappig of plezierig; iets dat vermaak of plezier geeft
2026-04-19väljaverbkiezen; een optie of persoon uit een groep selecteren
Advertisement

Advertisement

« Terug naar het woord van vandaag