Skip to content
Bibliotheek
Oefenen
Speelhal
Media Center
Afdrukbaar
Cursussen
Niveautest
Vervoeging
Woord van de Dag
Schrijfoefening
Blog.txt
Neem contact op
Vervoeging.xlsx

Vervoeging van arbeiten (Duits)

arbeitenwerkenregelmatig

Präsenstegenwoordige tijd

Handelingen die nu of gewoonlijk plaatsvinden.

Präsens van arbeiten
PersoonVervoeging
icharbeite
duarbeitest
er/sie/esarbeitet
wirarbeiten
ihrarbeitet
sie/Siearbeiten

Präteritumverleden tijd

Afgeronde handelingen in het verleden.

Präteritum van arbeiten
PersoonVervoeging
icharbeitete
duarbeitetest
er/sie/esarbeitete
wirarbeiteten
ihrarbeitetet
sie/Siearbeiteten

Perfektvoltooid tegenwoordige tijd

Handelingen uit het verleden met gevolg voor het heden.

Perfekt van arbeiten
PersoonVervoeging
ichhabe gearbeitet
duhast gearbeitet
er/sie/eshat gearbeitet
wirhaben gearbeitet
ihrhabt gearbeitet
sie/Siehaben gearbeitet
Advertisement

Futur Itoekomende tijd

Handelingen die zullen plaatsvinden.

Futur I van arbeiten
PersoonVervoeging
ichwerde arbeiten
duwirst arbeiten
er/sie/eswird arbeiten
wirwerden arbeiten
ihrwerdet arbeiten
sie/Siewerden arbeiten

Konjunktiv IIconjunctief II

Hypothetische situaties en beleefde verzoeken.

Konjunktiv II van arbeiten
PersoonVervoeging
icharbeitete
duarbeitetest
er/sie/esarbeitete
wirarbeiteten
ihrarbeitetet
sie/Siearbeiteten

Imperativgebiedende wijs

Bevelen en verzoeken.

Imperativ van arbeiten
PersoonVervoeging
duarbeite
wirarbeiten wir
ihrarbeitet
sie/Siearbeiten Sie

arbeiten — veelgestelde vragen

Is arbeiten een regelmatig werkwoord?
Ja — arbeiten is een regelmatig werkwoord (Duits) en volgt de standaarduitgangen van zijn groep.
Wat betekent arbeiten?
arbeiten is een werkwoord (Duits) dat "werken" betekent.