Skip to content
Bibliotheek
Oefenen
Speelhal
Media Center
Afdrukbaar
Cursussen
Niveautest
Vervoeging
Woord van de Dag
Schrijfoefening
Blog.txt
Neem contact op
Vervoeging.xlsx

Vervoeging van aufgeben (Duits)

aufgebenopgeven, zich overgeven, inleverenonregelmatig

Präsenstegenwoordige tijd

Handelingen die nu of gewoonlijk plaatsvinden.

Präsens van aufgeben
PersoonVervoeging
ichgebe auf
dugibst auf
er/sie/esgibt auf
wirgeben auf
ihrgebt auf
sie/Siegeben auf

Präteritumverleden tijd

Afgeronde handelingen in het verleden.

Präteritum van aufgeben
PersoonVervoeging
ichgab auf
dugabst auf
er/sie/esgab auf
wirgaben auf
ihrgabt auf
sie/Siegaben auf

Perfektvoltooid tegenwoordige tijd

Handelingen uit het verleden met gevolg voor het heden.

Perfekt van aufgeben
PersoonVervoeging
ichhabe aufgegeben
duhast aufgegeben
er/sie/eshat aufgegeben
wirhaben aufgegeben
ihrhabt aufgegeben
sie/Siehaben aufgegeben

Futur Itoekomende tijd

Handelingen die zullen plaatsvinden.

Futur I van aufgeben
PersoonVervoeging
ichwerde aufgeben
duwirst aufgeben
er/sie/eswird aufgeben
wirwerden aufgeben
ihrwerdet aufgeben
sie/Siewerden aufgeben

Konjunktiv IIconjunctief II

Hypothetische situaties en beleefde verzoeken.

Konjunktiv II van aufgeben
PersoonVervoeging
ichgäbe auf
dugäbest auf
er/sie/esgäbe auf
wirgäben auf
ihrgäbet auf
sie/Siegäben auf

Imperativgebiedende wijs

Bevelen en verzoeken.

Imperativ van aufgeben
PersoonVervoeging
dugib auf
wirgeben wir auf
ihrgebt auf

aufgeben — veelgestelde vragen

Is aufgeben een regelmatig werkwoord?
Nee — aufgeben is een onregelmatig werkwoord (Duits); sommige vormen volgen de standaarduitgangen niet.
Wat betekent aufgeben?
aufgeben is een werkwoord (Duits) dat "opgeven, zich overgeven, inleveren" betekent.