Skip to content
Bibliotheek
Oefenen
Speelhal
Media Center
Afdrukbaar
Cursussen
Niveautest
Vervoeging
Woord van de Dag
Schrijfoefening
Blog.txt
Neem contact op
Vervoeging.xlsx

Vervoeging van ausgeben (Duits)

ausgebenuitgeven, uitreiken, verspreidenonregelmatig

Präsenstegenwoordige tijd

Handelingen die nu of gewoonlijk plaatsvinden.

Präsens van ausgeben
PersoonVervoeging
ichgebe aus
dugibst aus
er/sie/esgibt aus
wirgeben aus
ihrgebt aus
sie/Siegeben aus

Präteritumverleden tijd

Afgeronde handelingen in het verleden.

Präteritum van ausgeben
PersoonVervoeging
ichgab aus
dugabst aus
er/sie/esgab aus
wirgaben aus
ihrgabt aus
sie/Siegaben aus

Perfektvoltooid tegenwoordige tijd

Handelingen uit het verleden met gevolg voor het heden.

Perfekt van ausgeben
PersoonVervoeging
ichhabe ausgegeben
duhast ausgegeben
er/sie/eshat ausgegeben
wirhaben ausgegeben
ihrhabt ausgegeben
sie/Siehaben ausgegeben

Futur Itoekomende tijd

Handelingen die zullen plaatsvinden.

Futur I van ausgeben
PersoonVervoeging
ichwerde ausgeben
duwirst ausgeben
er/sie/eswird ausgeben
wirwerden ausgeben
ihrwerdet ausgeben
sie/Siewerden ausgeben

Konjunktiv IIconjunctief II

Hypothetische situaties en beleefde verzoeken.

Konjunktiv II van ausgeben
PersoonVervoeging
ichgäbe aus
dugäbest aus
er/sie/esgäbe aus
wirgäben aus
ihrgäbet aus
sie/Siegäben aus

Imperativgebiedende wijs

Bevelen en verzoeken.

Imperativ van ausgeben
PersoonVervoeging
dugib aus
wirgeben wir aus
ihrgebt aus
sie/Siegeben Sie aus

ausgeben — veelgestelde vragen

Is ausgeben een regelmatig werkwoord?
Nee — ausgeben is een onregelmatig werkwoord (Duits); sommige vormen volgen de standaarduitgangen niet.
Wat betekent ausgeben?
ausgeben is een werkwoord (Duits) dat "uitgeven, uitreiken, verspreiden" betekent.