Skip to content
Bibliotheek
Oefenen
Speelhal
Media Center
Afdrukbaar
Cursussen
Niveautest
Vervoeging
Woord van de Dag
Schrijfoefening
Blog.txt
Neem contact op
Vervoeging.xlsx

Vervoeging van ausgehen (Duits)

ausgehenuitgaan (naar buiten gaan; ook: uitgaan, bijv. een lamp)onregelmatig

Präsenstegenwoordige tijd

Handelingen die nu of gewoonlijk plaatsvinden.

Präsens van ausgehen
PersoonVervoeging
ichgehe aus
dugehst aus
er/sie/esgeht aus
wirgehen aus
ihrgeht aus
sie/Siegehen aus

Präteritumverleden tijd

Afgeronde handelingen in het verleden.

Präteritum van ausgehen
PersoonVervoeging
ichging aus
dugingst aus
er/sie/esging aus
wirgingen aus
ihrgingt aus
sie/Siegingen aus

Perfektvoltooid tegenwoordige tijd

Handelingen uit het verleden met gevolg voor het heden.

Perfekt van ausgehen
PersoonVervoeging
ichbin ausgegangen
dubist ausgegangen
er/sie/esist ausgegangen
wirsind ausgegangen
ihrseid ausgegangen
sie/Siesind ausgegangen
Advertisement

Futur Itoekomende tijd

Handelingen die zullen plaatsvinden.

Futur I van ausgehen
PersoonVervoeging
ichwerde ausgehen
duwirst ausgehen
er/sie/eswird ausgehen
wirwerden ausgehen
ihrwerdet ausgehen
sie/Siewerden ausgehen

Konjunktiv IIconjunctief II

Hypothetische situaties en beleefde verzoeken.

Konjunktiv II van ausgehen
PersoonVervoeging
ichwürde ausgehen
duwürdest ausgehen
er/sie/eswürde ausgehen
wirwürden ausgehen
ihrwürdet ausgehen
sie/Siewürden ausgehen

Imperativgebiedende wijs

Bevelen en verzoeken.

Imperativ van ausgehen
PersoonVervoeging
duGeh aus!
wirGehen wir aus!
ihrGeht aus!
sie/SieGehen Sie aus!

ausgehen — veelgestelde vragen

Is ausgehen een regelmatig werkwoord?
Nee — ausgehen is een onregelmatig werkwoord (Duits); sommige vormen volgen de standaarduitgangen niet.
Wat betekent ausgehen?
ausgehen is een werkwoord (Duits) dat "uitgaan (naar buiten gaan; ook: uitgaan, bijv. een lamp)" betekent.