Skip to content
Bibliotheek
Oefenen
Speelhal
Media Center
Afdrukbaar
Cursussen
Niveautest
Vervoeging
Woord van de Dag
Schrijfoefening
Blog.txt
Neem contact op
Vervoeging.xlsx

Vervoeging van hören (Duits)

hörenhoren, luisterenregelmatig

Präsenstegenwoordige tijd

Handelingen die nu of gewoonlijk plaatsvinden.

Präsens van hören
PersoonVervoeging
ichhöre
duhörst
er/sie/eshört
wirhören
ihrhört
sie/Siehören

Präteritumverleden tijd

Afgeronde handelingen in het verleden.

Präteritum van hören
PersoonVervoeging
ichhörte
duhörtest
er/sie/eshörte
wirhörten
ihrhörtet
sie/Siehörten

Perfektvoltooid tegenwoordige tijd

Handelingen uit het verleden met gevolg voor het heden.

Perfekt van hören
PersoonVervoeging
ichhabe gehört
duhast gehört
er/sie/eshat gehört
wirhaben gehört
ihrhabt gehört
sie/Siehaben gehört

Futur Itoekomende tijd

Handelingen die zullen plaatsvinden.

Futur I van hören
PersoonVervoeging
ichwerde hören
duwirst hören
er/sie/eswird hören
wirwerden hören
ihrwerdet hören
sie/Siewerden hören

Konjunktiv IIconjunctief II

Hypothetische situaties en beleefde verzoeken.

Konjunktiv II van hören
PersoonVervoeging
ichhörte
duhörtest
er/sie/eshörte
wirhörten
ihrhörtet
sie/Siehörten

Imperativgebiedende wijs

Bevelen en verzoeken.

Imperativ van hören
PersoonVervoeging
duhör!
wirhören wir!
ihrhört!
sie/Siehören Sie!

hören — veelgestelde vragen

Is hören een regelmatig werkwoord?
Ja — hören is een regelmatig werkwoord (Duits) en volgt de standaarduitgangen van zijn groep.
Wat betekent hören?
hören is een werkwoord (Duits) dat "horen, luisteren" betekent.