Skip to content
Bibliotheek
Speelhal
Cursussen
Woord van de Dag
Vervoeging
Chat
Afdrukbaar
Termin.doc

Duits Woord van de dag

Termin

/TER-min/ • noun — 10 jun, 2026


Luister naar uitspraak
Oefenen

Betekenis: Een afspraak; een afgesproken tijd voor een bezoek of bijeenkomst (bijv. dokter, kantoor, vergadering).

Voorbeelden

  1. Ich habe morgen einen Termin beim Zahnarzt.
    (Ik heb morgen een afspraak bij de tandarts.)
  2. Können wir den Termin auf nächste Woche verschieben?
    (Kunnen we de afspraak naar volgende week verzetten?)
  3. Bitte kommen Sie pünktlich zu Ihrem Termin.
    (Kom alstublieft op tijd naar uw afspraak.)

Synoniemen

Klik op een synoniem om te zien hoe het zich verhoudt tot Termin.

Gebruik 'Termin' vooral voor formele of zakelijke afspraken (dokter, kantoor, officiële zaken). Het is mannelijk: 'der Termin', meervoud 'die Termine'. Veelvoorkomende uitdrukkingen: 'einen Termin ausmachen' (een afspraak maken), 'einen Termin absagen' (een afspraak afzeggen), 'einen Termin verschieben' (een afspraak verzetten). Voor informele ontmoetingen gebruik je vaker 'Verabredung'.


Recente woorden

DatumWoordBetekenis
2026-06-14ändernwijzigen; iets anders maken of aanpassen
2026-06-13bestelleniets (online, telefonisch of mondeling) aanvragen ...
2026-06-12abholeniemand of iets ophalen: ergens naartoe gaan om een...
2026-06-11vorbereitenklaarmaken; de nodige stappen nemen zodat iets ger...
2026-06-09erklärenuitleggen; iets duidelijk maken of toelichten

Bekijk volledig archief

« 9 jun10 jun, 202611 jun »

Ontvang elke dag een nieuw woord in je inbox!