Duits Woord van de dag
Termin
/TER-min/ • noun — 10 jun, 2026
Luister naar uitspraak
Betekenis: Een afspraak; een afgesproken tijd voor een bezoek of bijeenkomst (bijv. dokter, kantoor, vergadering).
Voorbeelden
- Ich habe morgen einen Termin beim Zahnarzt.
(Ik heb morgen een afspraak bij de tandarts.) - Können wir den Termin auf nächste Woche verschieben?
(Kunnen we de afspraak naar volgende week verzetten?) - Bitte kommen Sie pünktlich zu Ihrem Termin.
(Kom alstublieft op tijd naar uw afspraak.)
Synoniemen
Klik op een synoniem om te zien hoe het zich verhoudt tot Termin.
Gebruik 'Termin' vooral voor formele of zakelijke afspraken (dokter, kantoor, officiële zaken). Het is mannelijk: 'der Termin', meervoud 'die Termine'. Veelvoorkomende uitdrukkingen: 'einen Termin ausmachen' (een afspraak maken), 'einen Termin absagen' (een afspraak afzeggen), 'einen Termin verschieben' (een afspraak verzetten). Voor informele ontmoetingen gebruik je vaker 'Verabredung'.
Recente woorden
| Datum | Woord | Betekenis |
|---|---|---|
| 2026-06-14 | ändern | wijzigen; iets anders maken of aanpassen |
| 2026-06-13 | bestellen | iets (online, telefonisch of mondeling) aanvragen ... |
| 2026-06-12 | abholen | iemand of iets ophalen: ergens naartoe gaan om een... |
| 2026-06-11 | vorbereiten | klaarmaken; de nodige stappen nemen zodat iets ger... |
| 2026-06-09 | erklären | uitleggen; iets duidelijk maken of toelichten |
Ontvang deze per e-mail
Log in op je gratis account om dagelijks woorden per e-mail te ontvangen.
Ontvang elke dag een nieuw woord in je inbox!