abschließen vs. beendigen
Woordvergelijking Duits
Luister naar abschließen
Luister naar beendigen
| abschließen | beendigen |
|---|---|
ab-CHLIE-ßen verb | [bəˈɛndɪɡən] verb |
| afsluiten; iets beëindigen of afronden, of een slot op iets doen | iets officieel of bewust beëindigen |
Hoe ze verschillen
„Beendigen“ ligt qua betekenis dicht bij „beenden“, maar klinkt formeler en soms een beetje afstandelijker. In veel dagelijkse situaties klinkt „abschließen“ natuurlijker, vooral als het gaat om het afronden van een taak of het afsluiten van een contract.
Wanneer gebruik je welk woord
Wanneer gebruik je abschließen: Gebruik „abschließen“ als je een natuurlijke, gewone formulering wilt voor afronden of afsluiten.
Wanneer gebruik je beendigen: Gebruik „beendigen“ als je een formelere, wat zakelijke toon wilt of een bewuste beëindiging wilt benadrukken.
Voorbeelden naast elkaar
- Die Verhandlungen sollen noch diese Woche abgeschlossen werden.
(De onderhandelingen moeten nog deze week worden afgerond.) - Die Verhandlungen sollen noch diese Woche beendigt werden.
(De onderhandelingen moeten nog deze week worden beëindigd.)
Register en nuance: „Beendigen“ is duidelijk formeler en minder gebruikelijk in gesproken taal dan „abschließen“.