leihen vs. ausleihen
Woordvergelijking Duits
Luister naar leihen
Luister naar ausleihen
| leihen | ausleihen |
|---|---|
LEI-hen werkwoord | [ˈaʊsˌlaɪ̯ən] werkwoord |
| iemand iets tijdelijk geven of van iemand tijdelijk gebruiken; lenen. In het Duits kan het zowel 'iemand iets lenen (uitlenen)' als 'zich iets lenen (lenen van iemand)' betekenen. | iets tijdelijk van iemand of een instelling nemen; lenen (vaak met nadruk op de oorsprong: uit de bibliotheek, van een vriend). |
Hoe ze verschillen
‘Ausleihen’ is een scheidbaar werkwoord en legt vaak de nadruk op waarvandaan iets geleend wordt (bijv. aus der Bibliothek). Het wordt vaak gebruikt vanuit het perspectief van de lener (sich etwas ausleihen) en is iets specifieker dan het neutrale ‘leihen’.
Wanneer gebruik je welk woord
Wanneer gebruik je leihen: Gebruik ‘leihen’ wanneer je neutraal wilt aangeven dat iets tijdelijk gegeven of gebruikt wordt, zonder nadruk op herkomst of structurele scheiding.
Wanneer gebruik je ausleihen: Gebruik ‘ausleihen’ wanneer je expliciet wilt zeggen dat je iets van een specifieke bron of instelling leent (bijv. uit de bibliotheek) of de zin als scheidbaar werkwoord wilt formuleren.
Voorbeelden naast elkaar
- Kannst du mir dein Fahrrad leihen?
(Kun je mij je fiets lenen?) - Ich habe mir das Buch aus der Bibliothek ausgeliehen.
(Ik heb het boek uit de bibliotheek geleend.)
Register en nuance: Neutraal en veelgebruikt in zowel gesproken als geschreven taal; geen sterke regionale beperking.