Portugees Woord van de dag
fazer
fa-ZER • verb — 12 jun, 2026
Luister naar uitspraak
Betekenis: doen; maken
Voorbeelden
- Eu vou fazer o jantar hoje.
(Ik ga vandaag het avondeten klaarmaken.) - O que você fez ontem?
(Wat heb je gisteren gedaan?) - Eles fizeram um ótimo trabalho no projeto.
(Zij hebben geweldig werk geleverd aan het project.)
Synoniemen
Klik op een synoniem om te zien hoe het zich verhoudt tot fazer.
Vervoeging
| Persoon | Presente | Pretérito Perfeito |
|---|---|---|
| eu | faço | fiz |
| tu | fazes | fizeste |
| ele/ela/você | faz | fez |
| nós | fazemos | fizemos |
| vós | fazeis | fizestes |
| eles/elas/vocês | fazem | fizeram |
Bekijk alle 10 tijden van fazer →
Zeer veelgebruikt werkwoord dat zowel 'doen' als 'maken' kan betekenen. Wordt gebruikt voor handelingen (bijv. fazer o que foi pedido), creaties (fazer um bolo) en in vaste uitdrukkingen zoals 'fazer uma pergunta' of 'fazer um favor'. Let op de vervoegingen: eu faço, ele fez, eles fizeram, enz.
Deze vermelding is gegenereerd door een AI-taalmodel. Iets fout gezien? Meld het en we kijken ernaar. Lees hoe wij AI gebruiken of
Recente woorden
| Datum | Woord | Betekenis |
|---|---|---|
| 2026-09-05 | muito | erg veel; in hoge mate; een grote hoeveelheid |
| 2026-09-04 | aproveitar | Gebruikmaken van iets; profiteren van een kans, si... |
| 2026-09-03 | sempre | altijd |
| 2026-09-02 | maçã | Een ronde, meestal rode, groene of gele vrucht die... |
| 2026-09-01 | mesmo | Zelfde; gebruikt om aan te geven dat iets identiek... |
Ontvang deze per e-mail
Log in op je gratis account om dagelijks woorden per e-mail te ontvangen.
Ontvang elke dag een nieuw woord in je inbox!